Uitspraak
1.[appellante 1],
[dochter 1] en [dochter 2],
[appellanten],
[de vader],
de curator,
1.Het geding in eerste aanleg
17 september 2013 van de rechtbank Noord-Nederland, sector kanton, locatie Leeuwarden (hierna: de kantonrechter).
2.Het geding in hoger beroep
Alsdan op nader aan te voeren gronden te horen eis doen en concluderen dat het Uw Gerechtshof moge behagen om bij arrest, uitvoerbaar bij voorraad, het op 17 september 2013 door de Rechtbank Noord-Nederland, afd. privaatrecht, locatie Leeuwarden onder zaaknummer 428003\ CV EXPL 13-1276 tussen partijen gewezen vonnis te vernietigen, en opnieuw rechtdoende, om voor recht te verklaren dat het beroep van geïntimeerde op de faillissementspaulinia ex art. 42 lid 1 en Pro art. 47 Faillissementswet Pro ongegrond is, alsmede voor het recht te verklaren dat geïntimeerde aansprakelijk is voor de kosten van Groenewegen Advocaten en Notarissen en geïntimeerde te veroordelen om binnen twee weken na het betekenen van het in deze te wijzen arrest Groenewegen Advocaten en Notarissen te [plaats 1] toestemming te verlenen om het bedrag van € 17.318,30 te storten op een door appellanten op te geven rekeningnummer, zulks op straffe van een dwangsom van € 500,00 voor iedere dag dat geïntimeerde hiermee in gebreke is gebleven, alsmede geïntimeerde te veroordelen in de proceskosten van beide instanties".
3.De feiten
Via de faillissementspost nam ik kennis van een aan u gericht schrijven (...) inzake de geplande verkoop van de woning uit de nalatenschap van de erven [X]. Uit de bij die brief gevoegde bijlage maak ik op dat u op 5 december 2011 de nalatenschap van mevrouw [X] heeft verworpen, zulks ten gunste van uw 3 dochters. Deze verwerping heeft plaatsgevonden nadat u wist of redelijkerwijs had moeten begrijpen dat uw faillissement zou worden aangevraagd en/of zou worden uitgesproken. Ik betrek daarbij net name het feit dat het Gerechtshof Leeuwarden op 23 augustus 2011 u - onherroepelijk - had veroordeeld tot betaling aan de curator van [bedrijf] (mr. [curator 2]) van in hoofdsom van ruim € 550.000,00 (welk bedrag u niet in staat was te betalen) en dat op basis van deze uitspraak en het uitblijven van betaling mr. [curator 2] voornoemd op 21 november 2011 bij de rechtbank Leeuwarden een verzoek had ingediend dat ertoe strekte u in privé failliet te laten verklaren.
4.Het geschil en de beslissing in eerste aanleg
5.De bespreking van het hoger beroep
Een aanvaarding of verwerping kan niet op grond van dwaling, noch op grond van benadeling van een of meer schuldeisers worden vernietigd.”
Een bevoegdheid tot vernietiging van de aanvaarding van een erfenis door een schuldeiser van de erfgenaam acht de ondergetekende evenmin gewenst als die tot vernietiging van een verwerping wegens benadeling van een schuldeiser. Daargelaten dat de aanvaarding van een erfenis niet steeds door een rechtshandeling geschiedt, zou de door de aanvaarding ingetreden rechtstoestand, waarbij de belangen van derden als erfgenaam of schuldeiser der nalatenschap nauw betrokken zijn, door de mogelijkheid van toepassing van artikel 3.2.11, te zeer op losse schroeven worden gezet.”
Wanneer een schuldeiser van een erfgenaam die de nalatenschap verworpen heeft, hierdoor klaarblijkelijk is benadeeld, kan de rechtbank op zijn verzoek bepalen dat de nalatenschap mede in het belang van de schuldeisers van degene die verworpen heeft, zal worden vereffend, en kan hij zo nodig een vereffenaar benoemen.”
dinsdag 14 april 2015voor het nemen van een akte aan de zijde van [appellanten] ter uitlating als bedoeld in rechtsoverweging 5.4, waarna de curator gelegenheid krijgt voor het nemen van een antwoordakte;