ECLI:NL:GHARL:2015:2068
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Wijziging hoofdverblijfplaats minderjarige kinderen naar vader wegens veiligheid en draagkracht
In deze civiele zaak stond de hoofdverblijfplaats van twee minderjarige kinderen centraal. De vader was in hoger beroep gekomen tegen een beschikking van de rechtbank Midden-Nederland die de hoofdverblijfplaats bij de moeder had vastgesteld. De vader stelde dat de kinderen zich niet veilig voelden in het gezin van de moeder en haar nieuwe partner en dat hij beter in staat was om aan hun behoeften te voldoen.
De rechtbank had het advies van de Raad voor de Kinderbescherming niet gevolgd, maar het hof nam dit advies wel over. De raad had geconstateerd dat de vader en zijn partner meer draagkracht en flexibiliteit hadden dan de moeder en haar stiefvader, die als star en streng werden ervaren. De kinderen zelf hadden uitgesproken bij de vader te willen wonen. Het hof vond dat het belang van de kinderen bij deze wijziging gediend was, mede gelet op hun gevoel van veiligheid en de wens van de kinderen.
Het hof oordeelde dat de hoofdverblijfplaats met ingang van 3 april 2015 bij de vader zou zijn, met een zorgregeling waarbij de kinderen eens in de twee weken een weekend en de helft van de vakanties bij de moeder verblijven. De kosten van het geding werden gecompenseerd, ieder draagt zijn eigen kosten. De beslissing houdt rekening met het belang van de kinderen, de emotionele situatie en de praktische uitvoerbaarheid van de zorgregeling.
Uitkomst: De hoofdverblijfplaats van de minderjarige kinderen is gewijzigd naar de vader met een zorgregeling ten gunste van de moeder.