Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
1.Het verdere verloop van het geding in hoger beroep
2.De verdere motivering van de beslissing in hoger beroep
[geïntimeerde] meldde zich bij mij na de veiling en vroeg of het beeld nog beschikbaar was. Ik bevestigde dat. Het beeld was alweer terug bij [appellant]. [geïntimeerde] en ik kwamen er met de prijs niet helemaal uit want hij bood minder dan de limiet die ik van [appellant] had gekregen. Daarom heb ik toen gecorrespondeerd met [appellant] of het kon voor de door [geïntimeerde] genoemde prijs. In diezelfde fase vroeg [geïntimeerde] mij om nadere informatie rondom het beeld. Ik heb die vragen weer doorgeleid naar [appellant]. Ik fungeerde als doorgeefluik. Als u mij mijn e-mail van 29 juli 2010 laat zien die als productie 16 door [geïntimeerde] is overgelegd, dan kan ik u bevestigen dat dit de informatie is die ik als doorgeefluik heb doorgegeven aan [geïntimeerde]. Er is heel weinig informatie naar [geïntimeerde] doorgespeeld. [geïntimeerde] was uit op een koopje. Hij bezat een groot aantal impressionisten die ik beoordeel als derde, vierde, vijfde kwaliteit. Zoals ik het zie, kocht hij kunst voor de sier. Dat was mijn indruk. Hij was geen kenner. Die indruk heb ik opgedaan toen ik [geïntimeerde] ontmoette in Zwitserland voor de overdracht van de beelden. Nadat de koop tot stand was gekomen omdat [appellant] had ingestemd met de lagere prijs van [geïntimeerde], heeft [geïntimeerde] het geld overgemaakt. Ik ben de beelden zelf naar Zwitserland gaan brengen (…). Mijn ontmoeting met [geïntimeerde] vond plaats in een hotel. Daar was ik alleen. [geïntimeerde] zat daar met een jonge schone. Wat mij betreft had hij meer oog voor haar dan voor de beelden. Die zijn heel kort even uit de koffer gehaald, maar gingen er meteen weer in terug. (…) Voor een Degas was dit een hele mooie prijs, de marktprijs voor een Degas lag in die tijd tussen de €180.000 en de €300.000. Als je dan voor zo’n prijs koopt, dan verwacht je dan dat de koper een expert meeneemt die het nog eens bekijkt. (…) [geïntimeerde] heeft tijdens onze ontmoeting in Zwitserland nog gevraagd of ik de papieren bij me had over de aankoop van het beeld in België. Ik heb hem toen gezegd dat ik die van [appellant] toegestuurd zou krijgen en ze dan naar [geïntimeerde] zou doorsturen. Naderhand heb ik [appellant] nog een paar keer om die stukken gevraagd maar ik heb niets ontvangen. [geïntimeerde] heeft mij er ook nog een paar keer over gemaild maar dat heeft tot niets geleid. Als u mij vraagt of ik nog iets naar [geïntimeerde] heb opgestuurd, antwoord ik ontkennend. Als u mij voorhoudt dat [geïntimeerde] hier heeft verklaard dat hij wel degelijk een envelop van mij heeft ontvangen, dan zeg ik u dat het dan misschien kopieën waren maar in ieder geval geen aankoopbewijs en dat is waar het om ging. (…)
U attendeert mij op mijn brief van 19 februari 2011 aan [appellant] die als productie 25 door [geïntimeerde] in het geding is gebracht en meer specifiek op bladzijde 2 onder d. Daarin heb ik genoteerd dat [appellant] mij bij verschillende gelegenheden heeft gezegd dat de bronzen beelden die wij voor hem in de veiling hadden, zijn gekeurd door een expert – ik meen een vriend van hem – die ook als consultant voor [bedrijfsnaam] heeft gewerkt in die tijd. Ondanks mijn vragen heeft [appellant] mij nooit de naam van deze expert genoemd en heb ik dus ook geen contact met hem kunnen zoeken. Ik ben er vanuit gegaan dat het Dansende meisje ook door deze expert is bekeken want dat was het duurste beeld dat van de verzameling deel uitmaakte. (…) Voor de veiling was dit belangrijke informatie als het gaat om provenance en pedigree. Als u mij vraagt of ik dit heb doorgegeven aan [geïntimeerde], dan antwoord ik u dat ik het 100% zeker aan [geïntimeerde] heb doorgegeven. (…) Als dat niet per e-mail is gebeurd, dan wel per telefoon. Wij hebben diverse keren contact gehad over provenance. Het gesprek zelf of de e-mail waarin dit is doorgegeven, kan ik mij niet herinneren.
Degasdoor de vorige eigenaar bij een kunsthandelaar in België is gekocht, dat hij papieren daarvan had en dat [naam] deze zou krijgen. Uit het feit dat [appellant] tot nu toe heeft nagelaten deze papieren aan [naam] of [geïntimeerde] te verstrekken, leidt [geïntimeerde] af dat [appellant] deze papieren simpelweg niet heeft. Naar het oordeel van het hof kan hieruit echter hoe dan ook geen bedrog bij het aanbieden van de sculptuur van
Zornworden afgeleid.