ECLI:NL:GHARL:2015:247
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bekrachtiging vervangende toestemming schoolkeuze Nederlandse afdeling basisschool
De zaak betreft een geschil tussen ouders over de schoolkeuze van hun minderjarige dochter, waarbij de vader vervangende toestemming vroeg om haar in te schrijven op de Nederlandse afdeling van een basisschool. De moeder verzette zich hiertegen, stellende dat het Engelstalige onderwijs beter zou zijn voor het kind en dat een verhuizing naar Engeland mogelijk was.
Het hof constateert een verstoorde communicatie tussen de ouders en benadrukt dat de voortdurende strijd schadelijk is voor de emotionele en cognitieve ontwikkeling van de minderjarige. De raad voor de Kinderbescherming heeft zorgen geuit over de situatie en een ondertoezichtstelling wordt verwacht.
Het hof oordeelt dat het belang van het kind het best gediend is met plaatsing op de Nederlandse afdeling van de basisschool, omdat het kind in Nederland woont en een goede beheersing van de Nederlandse taal essentieel is voor haar sociale en maatschappelijke ontwikkeling. De moeder heeft geen concrete verhuisplannen en het leren van drie talen tegelijk blijkt de ontwikkeling te belemmeren.
De aan de vader verleende vervangende toestemming wordt bekrachtigd met de verplichting dat de plaatsing uiterlijk na de voorjaarsvakantie 2015 moet zijn voltooid. Het hof benadrukt dat beide ouders zich volledig moeten inzetten voor het welzijn van hun dochter en waarschuwt dat bij voortzetting van de strijd een neutrale plaatsing onvermijdelijk kan zijn.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de vervangende toestemming voor inschrijving van de minderjarige op de Nederlandse afdeling van de basisschool met plaatsing uiterlijk na de voorjaarsvakantie 2015.