Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
[appellant],
[geïntimeerde],
1.Het geding in eerste instantie
2.Het geding in hoger beroep
3.De beoordeling
primair
dinsdag 19 mei 2015voor memorie van antwoord aan de zijde van [geïntimeerde].
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
In deze civiele zaak tussen twee zussen over de nalatenschap van hun moeder en de vraag of de geïntimeerde een volmacht had om over het vermogen van de moeder te beschikken, heeft de appellant in hoger beroep haar eis gewijzigd. De geïntimeerde verzette zich tegen deze wijziging, stellende dat de appellant in eerste aanleg alle kansen had gehad en dat de wijziging onredelijke vertraging en bemoeilijking van de verdediging zou veroorzaken.
Het hof overwoog dat de appellant op grond van artikel 130 lid 1 Rv Pro juncto artikel 353 lid 1 Rv Pro bevoegd is haar eis te wijzigen, mits dit niet leidt tot onredelijke vertraging of bemoeilijking van de verdediging. De eiswijziging werd tijdig ingediend in de memorie van grieven en voldoet daarmee aan de strakke regel. Bovendien is het inherent aan het stelsel dat op de gewijzigde eis slechts door het hof als feitelijke instantie recht wordt gedaan.
Het hof vond geen aanwijzingen dat de geïntimeerde zich niet adequaat kon verweren en dat de goede procesorde werd geschonden. Rechtsverwerking en afstand van recht werden verworpen. De bezwaren van de geïntimeerde tegen de eiswijziging werden dan ook verworpen en de zaak werd verwezen voor verdere behandeling op de gewijzigde eis.
Uitkomst: De bezwaren tegen de eiswijziging worden verworpen en de zaak wordt verwezen voor verdere behandeling op de gewijzigde eis.