Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
[appellante],
[geïntimeerde],
1.Het geding in eerste instantie
2.Het geding in hoger beroep
3.De beoordeling
dinsdag 19 mei 2015voor memorie van antwoord aan de zijde van [geïntimeerde].
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
In deze civiele zaak stond centraal de vraag of de eiswijziging van appellante in hoger beroep toelaatbaar was. Appellante was in dienst bij geïntimeerde als zweminstructrice en coördinator, en had later een overeenkomst als opdrachtnemer via haar eenmanszaak. Na afwijzing van haar vorderingen in eerste aanleg, wijzigde zij haar eis in hoger beroep en eiste onder meer betaling van achterstallig salaris en loon over ziekteperiode.
Geïntimeerde verzette zich tegen deze eiswijziging, stellende dat deze geen rechtsgrondslag had en onrechtmatig was. Het hof oordeelde dat appellante bevoegd was haar eis te wijzigen binnen de memorie van grieven, en dat de eiswijziging niet leidde tot onredelijke vertraging of bemoeilijking van de verdediging. Geïntimeerde had geen relevante stellingen ingenomen die het verzet konden ondersteunen.
Het hof verwierp daarom het verzet tegen de eiswijziging en verwees de hoofdzaak naar de rol om voort te procederen met memorie van antwoord van geïntimeerde. De zaak werd daarmee voorbereid voor verdere inhoudelijke behandeling van de gewijzigde vordering.
Uitkomst: Het hof verwierp het verzet tegen de eiswijziging en verwees de zaak naar de rol voor verdere behandeling.