Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
1.Het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
3.De vaststaande feiten
4.De motivering van de beslissing in hoger beroep
5.Slotsom
€ 11.685,-(3 punten x appeltarief VII (€ 3.895,- per punt))
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
In deze civiele procedure stond de aansprakelijkheid van een tweedegraads bestuurder centraal wegens crediteurenbenadeling van een leverancier. De rechtbank had eerder een bedrag van bijna €954.000 toegewezen, inclusief kosten van een IRS-onderzoek. Het hof heeft het vonnis vernietigd en de zaak inhoudelijk heroverwogen.
Het hof stelde vast dat onverschuldigde huurbetalingen over 2005 en 2006 hadden plaatsgevonden en dat de verkoopprijs van bedrijfsinventaris en rollend materieel niet was betaald, waardoor schuldeisers voor €791.400 in hun verhaalsmogelijkheden werden benadeeld. De bestuurder kon persoonlijk een ernstig verwijt worden gemaakt voor het toelaten van deze benadeling.
De rechtbank had geoordeeld dat het faillissement niet onafwendbaar was en dat de leverancier zich op het onttrokken actief had kunnen verhalen. Het hof paste de toegewezen schade aan naar €721.757, het aandeel van de leverancier in de totale benadeelde crediteuren, en beperkte de toewijzing van kosten van het IRS-rapport tot €30.000 wegens gedeeltelijke relevantie. Het arrest veroordeelt de bestuurder tot betaling van €751.757 plus wettelijke rente en kosten van het hoger beroep.
Uitkomst: De bestuurder is veroordeeld tot betaling van €751.757,- plus wettelijke rente en kosten wegens crediteurenbenadeling.