De minderjarige is sinds 2008 uit huis geplaatst vanwege de ernstige psychiatrische problematiek van de moeder, die haar zorg en verantwoordelijkheid niet kon dragen. De voogdij is overgedragen aan de gecertificeerde instelling (GI), die intensief heeft geprobeerd het contact tussen moeder en kind passend vorm te geven.
De moeder had recht op begeleide omgang van één uur per zes weken en verzocht om uitbreiding naar één uur per vier weken. Dit verzoek werd door de GI afgewezen en ook door de rechtbank niet toegewezen. In hoger beroep bevestigt het hof deze beslissing, mede omdat de omgang nog steeds veel begeleiding vereist en het contact het kind emotioneel belast.
Het hof acht een nader onderzoek niet noodzakelijk en benadrukt dat het belang en het tempo van het kind voorop staan. De moeder wordt geadviseerd zich leerbaar op te stellen en de handreikingen te volgen. De aanwezigheid van pleegouders bij de bezoeken is in het belang van het kind en draagt bij aan haar veiligheid en stabiliteit.
De beslissing van het hof bekrachtigt de eerdere beschikking en wijst het verzoek tot uitbreiding van de omgang af, waarbij het zwaarwegende belang van de minderjarige centraal staat.