ECLI:NL:GHARL:2015:2646
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen schorsing gezag ouders over minderjarige kinderen afgewezen
De ouders zijn in hoger beroep gekomen tegen de beschikking van de rechtbank Noord-Nederland die hen schorste in de uitoefening van het ouderlijk gezag over hun drie minderjarige kinderen. De kinderen stonden onder toezicht van een gecertificeerde instelling (GI) en waren sinds 2011 deels in Nederland en deels in Duitsland geplaatst.
De kern van het geschil betrof de internationale bevoegdheid van de Nederlandse rechter en de rechtmatigheid van de schorsing van het gezag. De ouders voerden aan dat de Duitse rechter exclusief bevoegd was omdat de kinderen sinds 2012 in Duitsland verbleven. Het hof oordeelde echter dat de kinderen hun gewone verblijfplaats tot 28 september 2012 in Nederland hadden en dat de overbrenging naar Duitsland zonder toestemming plaatsvond, waardoor de Nederlandse rechter bevoegd bleef volgens Brussel II-bis.
Ten aanzien van de schorsing van het gezag stelde het hof vast dat er geen ernstig vermoeden bestond dat de ouders het gezag misbruikten of dat de ontwikkeling van de kinderen ernstig werd bedreigd. De schorsing was niet noodzakelijk om een acute en ernstige bedreiging weg te nemen, mede omdat de kinderen veilig in een kindertehuis verbleven. Daarom vernietigde het hof de beschikking en wees het verzoek tot schorsing af.
De kosten van de procedure werden ieder voor eigen rekening gelaten. Het hof ging niet in op overige bezwaren van de ouders wegens gebrek aan belang.
Uitkomst: Het hof vernietigt de schorsingsbeschikking en wijst het verzoek tot schorsing van het ouderlijk gezag af.