ECLI:NL:GHARL:2015:2737
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid officier van justitie in hoger beroep wegens ontbreken einduitspraak
Het openbaar ministerie stelde hoger beroep in tegen een mondelinge uitspraak van de meervoudige economische kamer van de rechtbank Noord-Nederland, locatie Groningen, waarin de officier van justitie niet-ontvankelijk werd verklaard in de vervolging van verdachte. De rechtbank had deze beslissing genomen omdat de officier van justitie weigerde medewerking te verlenen aan het horen van informanten en het toepassen van artikel 226a Sv, waarna de rechtbank het bevel handhaafde en de niet-ontvankelijkheid uitsprak.
Het hof onderzocht of de uitspraak van de rechtbank een vonnis inhoudende een einduitspraak was waartegen hoger beroep mogelijk is. Op grond van de relevante wetsartikelen (artikelen 138, 349, 358, 359 en 404 Sv) en jurisprudentie oordeelde het hof dat de mondelinge uitspraak geen schriftelijk vonnis betrof en niet voldeed aan de vormvereisten voor een einduitspraak. Daarmee kon er geen hoger beroep worden ingesteld.
De voorzitter van de rechtbank had weliswaar verklaard dat geen schriftelijk vonnis meer zou volgen, maar dit maakte de uitspraak niet tot een einduitspraak. Ook de mededeling over de appeltermijn was niet bepalend. Het hof verklaarde daarom de officier van justitie niet-ontvankelijk in het hoger beroep en zag af van verdere behandeling van de overige standpunten.
Uitkomst: De officier van justitie wordt niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep wegens het ontbreken van een einduitspraak.