ECLI:NL:GHARL:2015:2739

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
16 april 2015
Publicatiedatum
16 april 2015
Zaaknummer
200.160.654
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Deels toewijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 354 lid 1 FwArt. 354 lid 2 Fw
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoger beroep tegen onthouding schone lei wegens toerekenbare tekortkoming in schuldsaneringsregeling

In deze civiele zaak stond de vraag centraal of appellant de zogenaamde 'schone lei' onthouden mocht worden wegens een toerekenbare tekortkoming in de nakoming van verplichtingen uit de schuldsaneringsregeling. De rechtbank had vastgesteld dat appellant tekortgeschoten was en de schone lei onthouden.

In hoger beroep heeft het hof het vonnis van de rechtbank vernietigd. Uit bewijsstukken bleek dat appellant de ontstane boedelachterstand volledig had betaald, bevestigd door de bewindvoerder. Hoewel het hof erkent dat appellant toerekenbaar tekortgeschoten is in de informatie- en afdrachtverplichting, acht het de tekortkoming gezien haar bijzondere aard en geringe betekenis onvoldoende zwaarwegend om de schone lei te onthouden.

Het hof hield ook rekening met gezondheidsklachten van appellant die het verwijt van schending van de informatieverplichting verzachten. Op grond hiervan besloot het hof toepassing te geven aan artikel 354 lid 2 Faillissementswet Pro, waardoor de tekortkoming buiten beschouwing blijft. Het hoger beroep werd gegrond verklaard en de eerdere beslissing vernietigd.

Uitkomst: De toerekenbare tekortkoming blijft buiten beschouwing en appellant wordt de schone lei niet onthouden.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM -LEEUWARDEN

locatie Arnhem
afdeling civiel recht
zaaknummer gerechtshof 200.160.654
(zaaknummer rechtbank Midden-Nederland, locatie Utrecht, C/16/11/529 R)
arrest van de tweede kamer van 16 april 2015
inzake
[appellant],
wonende te [woonplaats],
appellant, hierna: [appellant],
advocaat: mr. T.P. Boer.

1.Het verloop van het geding in hoger beroep

1.1
Voor het verloop van het geding tot 5 februari 2015 verwijst het hof naar zijn
tussenarrest van die datum. In dat arrest is onder 1.2 abusievelijk vermeld dat de rechtbank de schuldsaneringsregeling ten aanzien van [appellant] tussentijds heeft beëindigd. De bestreden beslissing betreft een beslissing tot vaststelling van een toerekenbare tekortkoming door [appellant] in de nakoming van een of meer uit de schuldsaneringsregeling voortvloeiende verplichtingen zoals bedoeld in artikel 354 lid 1 Fw Pro, waarbij aan [appellant] de zogenoemde ‘schone lei’ is onthouden.
1.2
In voormeld tussenarrest heeft het hof mr. Boer in de gelegenheid gesteld om uiterlijk
5 april 2015 aan het hof te laten weten of de in de schuldsaneringsregeling van [appellant] ontstane boedelachterstand volledig is betaald, onder overlegging van een bevestiging daarvan van de bewindvoerder, en iedere verdere beslissing aangehouden.
1.3
Het verdere verloop blijkt uit de brief van mr. Boer van 3 maart 2015 met een bijlage.

2.De motivering van de beslissing in hoger beroep

2.1
Uit de brief van mr. Boer van 3 maart 2015 volgt dat [appellant] de volledige boedelachterstand heeft ingelopen. In het e-mailbericht van 27 februari 2015, dat als bijlage bij eerdergenoemde brief van mr. Boer is gevoegd, heeft de bewindvoerder, mevrouw M.C.C. Ording, bevestigd dat op de boedelrekening van [appellant] een bedrag van € 3.938,79 is ontvangen, waarmee de boedelachterstand volledig is betaald.
2.2
Het hof is van oordeel dat [appellant] toerekenbaar is tekortgeschoten in de nakoming van de uit de schuldsaneringsregeling voortvloeiende informatie- en afdrachtverplichting. Nu [appellant] de tijdens de schuldsaneringsregeling ontstane boedelachterstand echter volledig heeft ingelopen en het hof het door de rechtbank aan [appellant] gemaakte verwijt van schending van de informatieverplichting – mede gelet op de in het tussenarrest onder 3.2 vermelde, door [appellant] voldoende aannemelijk gemaakte gezondheidsklachten van [appellant] – onvoldoende zwaarwegend acht om [appellant] de schone lei te onthouden, ziet het hof aanleiding om toepassing te geven aan het bepaalde in artikel 354 lid 2 Fw Pro.
2.3
Het hoger beroep slaagt. Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd en er zal als volgt worden beslist.

3.De beslissing

Het hof, recht doende in hoger beroep:
vernietigt het vonnis van de rechtbank Midden-Nederland, locatie Utrecht, van 25 november 2014 en, opnieuw recht doende:
stelt vast dat [appellant] toerekenbaar is tekort geschoten in de nakoming van de uit de schuldsaneringsregeling voortvloeiende verplichtingen en bepaalt dat de toerekenbare tekortkoming, gezien haar bijzondere aard en geringe betekenis buiten beschouwing blijft.
Dit arrest is gewezen door mrs. A.S. Gratama, F.J.P. Lock en H.L. van der Beek, bij afwezigheid van de voorzitter ondertekend door mr. Lock en is op 16 april 2015 in het openbaar uitgesproken in tegenwoordigheid van de griffier.