Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.Het verdere verloop van het geding in hoger beroep
2.De verdere beoordeling
3.De beslissing
roldatum 21 juli 2015voor akte aan de kant van beide partijen;
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
In deze civiele zaak stond centraal of Groeivermogen daadwerkelijk de aandelen en certificaten had aangekocht die zij op grond van effectenleasecontracten diende te verwerven. Het hof beoordeelde de overgelegde stukken, waaronder aankoopnota's, bankafschriften en depotoverzichten, en concludeerde dat deze een sluitend geheel vormden waaruit blijkt dat de aankopen daadwerkelijk plaatsvonden.
VCG voerde aan dat de stukken vals waren, dat de transacties betrekking hadden op andere klanten en dat de aandelen slechts waren ingeleend bij institutionele beleggers. Het hof vond deze stellingen onvoldoende onderbouwd, omdat VCG geen concrete aanwijzingen kon geven die deze vermoedens ondersteunden. Ook de stelling dat in plaats van aandelen callopties werden gekocht, was niet onderbouwd.
Het hof benadrukte dat Groeivermogen aan haar bewijsplicht had voldaan door een sluitend geheel aan stukken te overleggen en dat het aan VCG was om haar stellingen concreet te maken. Omdat dit niet gebeurde, zag het hof geen aanleiding tot benoeming van deskundigen of verdere bewijslevering.
Het hof stelde tussentijds cassatieberoep open en gaf partijen gelegenheid om hun grieven kenbaar te maken, waarna de zaak werd aangehouden voor verdere procedure.
Uitkomst: Het hof oordeelt dat Groeivermogen voldoende bewijs heeft geleverd dat zij de aandelen en certificaten daadwerkelijk heeft aangekocht conform de contracten, en wijst de bezwaren van VCG af.