Uitspraak
[naam],
klager,
[naam],
beklaagde.
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Klager diende een klacht in tegen het besluit van de officier van justitie om beklaagde niet te vervolgen voor vernieling van een autovenster op 7 november 2013 te Emmen. De advocaat-generaal adviseerde aanvankelijk afwijzing wegens gebrek aan bewijs, maar na het horen van klager en overleg van een getuigenverklaring veranderde het standpunt.
De feiten betreffen een verkeersincident waarbij beklaagde met zijn auto invoegde en daarna met vuisten tegen het half geopende raam van klagers auto sloeg, waardoor het raam niet meer goed functioneerde. Beklaagde ontkent schade te hebben veroorzaakt.
Het hof oordeelt dat er voldoende wettig en overtuigend bewijs is, bestaande uit een getuigenverklaring en een garagefactuur, dat beklaagde vernieling heeft gepleegd. Het hof beveelt vervolging, maar stelt deze afhankelijk van betaling van de schadevergoeding van €127,05 binnen twee maanden.
Uitkomst: Bevel tot vervolging wegens vernieling tenzij schadevergoeding van €127,05 binnen twee maanden wordt betaald.