ECLI:NL:GHARL:2015:3163

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
1 mei 2015
Publicatiedatum
1 mei 2015
Zaaknummer
200.168.909-01
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Wraking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 512 SvArt. 12 Sv
Verwijzingen
4 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid wrakingsverzoek wegens ontbreken concrete zaak

Klager heeft een wrakingsverzoek ingediend tegen raadsheer mr. J.J. Beswerda naar aanleiding van een algemene brief over de procedure van klachten ex artikel 12 Sv Pro. De wrakingskamer oordeelt dat het verzoek niet-ontvankelijk is omdat het niet ziet op de behandeling van een concrete zaak door de raadsheer.

Het wrakingsverzoek werd ingediend binnen een strafrechtelijke procedure waarin klager meerdere klachten had ingediend. De brief van mr. Beswerda bevatte algemene informatie over de voorwaarden voor het indienen van klachten, maar geen specifieke behandeling van een concrete zaak.

De wrakingskamer baseert haar oordeel op artikel 512 Sv Pro en jurisprudentie, waarbij wordt benadrukt dat wraking alleen mogelijk is indien er feiten of omstandigheden zijn die de onpartijdigheid van een rechter kunnen aantasten in een concrete zaak. Omdat klager dit niet heeft gesteld, wordt het verzoek afgewezen.

De beslissing is genomen door de wrakingskamer van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden en in het openbaar uitgesproken op 1 mei 2015.

Uitkomst: Het wrakingsverzoek wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat het niet ziet op de behandeling van een concrete zaak door de raadsheer.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
locatie Leeuwarden
Wrakingskamer
zaaknummer gerechtshof 200.168.909/01
Beslissing van 1 mei 2015
op het schriftelijke verzoek van:
[klager],
wonende te [woonplaats],
verzoeker tot wraking,
hierna te noemen: [klager],
dat strekt tot wraking ingevolge artikel 512 van Pro het Wetboek van Strafvordering (Sv) van:
mr. J.J. Beswerda,
raadsheer in dit hof.

1.Het verloop van de procedure

1.1
Bij de afdeling straf van het hof is een viertal klachten ex artikel 12 Sv Pro geregistreerd, waarin [klager] klager is.
1.2
[klager] heeft bij e-mailbericht van 20 maart 2015 laten weten mr. Beswerda te wraken en aangegeven zo spoedig mogelijk de schriftelijke wrakingsgronden te zullen aandragen. Bij brief van 25 maart 2015, gevoegd bij het e-mailbericht van diezelfde datum, heeft [klager] zijn wrakingsverzoek nader toegelicht.
1.3
Mr. Beswerda heeft niet in de wraking berust.

2.De beoordeling van het verzoek

2.1
Ingevolge artikel 512 Sv Pro kan op verzoek van de verdachte of van het openbaar ministerie elk van de rechters die een zaak behandelen, worden gewraakt op grond van feiten of omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden.
2.2
Volgens geldende jurisprudentie (o.a. Gerechtshof Leeuwarden d.d. 1 mei 2003, ECLI:NL:GHLEE:2003:AF8130) heeft de klager in een artikel 12 Sv Pro-procedure, ondanks het feit dat deze niet in artikel 512 Sv Pro staat genoemd, eveneens het recht een wrakingsverzoek in te dienen.
2.3
Uit het wrakingsverzoek van [klager] blijkt dat hij mr. Beswerda wraakt naar aanleiding van de brief van 20 maart 2015. Deze brief van mr. Beswerda betreft, naar het oordeel van de wrakingskamer, slechts een algemene brief aan [klager], waarin wordt medegedeeld onder welke voorwaarde [klager] een klacht ex artikel 12 Sv Pro zal kunnen indienen en aan welke voorwaarden nadere correspondentie in een klachtzaak dient te voldoen, waarna een dergelijke klacht vervolgens overeenkomstig de wettelijke procedure zal worden afgehandeld. Aangezien [klager] zich - blijkens de brief van 25 maart 2015 van [klager] - niet keert tegen de behandeling van mr. Beswerda van een concrete zaak (te weten: een klacht ex artikel 12 Sv Pro) van [klager], dient [klager] reeds daarom in zijn wrakingsverzoek niet-ontvankelijk te worden verklaard.

3.De beslissing

Het hof (de wrakingskamer):
verklaart [klager] niet-ontvankelijk in zijn wrakingsverzoek.
Deze beslissing is gegeven door mr. J.H. Kuiper, mr. W.P.M. ter Berg en mr. E.B.E.M. Rikaart-Gerard, leden van de wrakingskamer, in tegenwoordigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op 1 mei 2015.