ECLI:NL:GHARL:2015:3267
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing van het wrakingsverzoek tegen rechters in een strafzaak
In deze zaak heeft de wrakingskamer van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden op 2 april 2015 uitspraak gedaan over een verzoek tot wraking van de rechters mrs. Y.A.J.M. van Kuijck, R. de Groot en mr. R. Prakke-Nieuwenhuizen. Het verzoek tot wraking werd ingediend door een verzoeker die van mening was dat de gewraakte rechters niet onpartijdig waren in de beklagprocedure. De wrakingskamer heeft op 19 februari 2015 de verzoeker gehoord en op 19 maart 2015 is er een zitting geweest waarbij de verzoeker aanvullende informatie heeft ingediend. De wrakingskamer heeft vastgesteld dat het verzoek tijdig was ingediend en ontvankelijk was.
De verzoeker voerde aan dat de rechters op de zitting van 19 februari 2015 hadden aangegeven dat er een eindbeschikking was gedaan in de beklagprocedure, terwijl hij meende dat dit niet het geval was. Hij stelde dat de gewraakte rechters ten onrechte de indruk hadden gewekt dat het wrakingsverzoek te laat was ingediend. De wrakingskamer heeft echter geoordeeld dat er geen aanwijzingen waren voor vooringenomenheid van de rechters. De opmerkingen van de rechters over de eindbeschikking werden als feitelijk juist beschouwd, en de mening van de verzoeker dat deze beschikking onjuist was, veranderde hier niets aan.
Uiteindelijk heeft de wrakingskamer het verzoek tot wraking afgewezen, waarbij werd benadrukt dat rechters uit hoofde van hun aanstelling vermoed worden onpartijdig te zijn, tenzij er uitzonderlijke omstandigheden zijn die dit tegenspreken. De beslissing werd genomen door mr. H. Abbink als voorzitter, bijgestaan door mrs. R.F.C. Spek en J.P. Bordes, en werd op 2 april 2015 ter openbare terechtzitting uitgesproken.