Uitspraak
1.[de moeder],
4. [F],
1.Het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
[verzoekster], bijgestaan door mr. Wessels. Voorts zijn verschenen de moeder, [C], [D] en [F], bijgestaan door mr. Kroon-Jongbloed. De echtgenoot van [verzoekster] heeft als toehoorder de zitting bijgewoond. Mr. Kroon-Jongbloed heeft ter zitting mede het woord gevoerd aan de hand van een door haar overgelegde pleitnotitie.
3.De vaststaande feiten
4.De motivering van de beslissing
[verzoekster] dat de moeder door [D] wordt beperkt in haar uitgaven, acht het hof onvoldoende aannemelijk geworden, mede gelet op de verklaring van de moeder ter zitting dat zij zelf over haar aankopen beslist en dat [D] haar juist stimuleert om meer geld aan zichzelf te besteden.
De slotsom