De moeder is in hoger beroep gekomen tegen de beschikking van de rechtbank Noord-Nederland waarin haar verzoek om vervangende toestemming voor het afgeven van een Bulgaars paspoort voor haar minderjarige kind werd afgewezen. De vader, met wie zij gezamenlijk het gezag over het kind uitoefent, had geen verweer gevoerd.
Het hof overweegt dat de minderjarige zowel de Nederlandse als Bulgaarse nationaliteit bezit en dat het kind eerder al over een Bulgaars paspoort beschikte waarvoor de vader destijds toestemming had gegeven. Het belang van het kind bij het behouden van de Bulgaarse nationaliteit en het gevoel van verbondenheid met familie in Bulgarije weegt mee.
Daarom wordt de vervangende toestemming voor het Bulgaars paspoort toegekend. Het verzoek van de moeder om een machtiging tot verblijf in het buitenland zonder toestemming van de vader wordt afgewezen omdat dit het gezamenlijk gezag te zeer zou uithollen. De moeder moet voor reizen in overleg treden met de vader of vervangende toestemming vragen.
De beschikking van de rechtbank wordt vernietigd voor zover het de weigering van het Bulgaars paspoort betreft en bekrachtigd voor het overige.