Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
verzoeker, verder te noemen: [verzoeker],
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
In deze zaak verzocht [verzoeker] het hof om een bijzondere curator te benoemen voor [kind], een minderjarige erfgenaam in de nalatenschap van hun moeder. [Verzoeker] stelde dat er een belangenconflict bestond tussen [verweerder 1], de vader en wettelijke vertegenwoordiger van [kind], en [kind] zelf, omdat [verweerder 1] mogelijk vermogensbestanddelen van de nalatenschap verzweeg en zo het vermogen zou willen minimaliseren.
[Verweerder 1] en [verweerder 2], de tijdelijk voogd, voerden aan dat er geen sprake was van een belangentegenstelling en dat de belangen van [kind] voldoende werden behartigd, mede omdat dezelfde advocaat hen bijstaat. Het hof oordeelde echter dat [verzoeker] ontvankelijk was als belanghebbende en dat er voldoende aanwijzingen waren voor een belangenconflict tussen [kind] en [verweerder 1].
Het hof stelde vast dat de tijdelijke voogdij door [verweerder 2] was voortgezet en dat [verweerder 1] feitelijk zorg droeg voor [kind]. Desondanks achtte het hof de benoeming van een onafhankelijke bijzondere curator noodzakelijk om de vermogensrechtelijke belangen van [kind] in de nalatenschap te beschermen.
Daarom benoemde het hof mr. V.F. van Nielen-Westerouen van Meeteren tot bijzondere curator en compenseerde de proceskosten, waarbij elke partij haar eigen kosten draagt. Het verzoek tot benoeming werd daarmee toegewezen.
Uitkomst: Het hof benoemt een bijzondere curator om de belangen van de minderjarige te behartigen in de nalatenschap van zijn moeder.