ECLI:NL:GHARL:2015:3669
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Van Schuijlenburg
- Rechtspraak.nl
Beoordeling ontvankelijkheid hoger beroep bij onjuiste adressering en zekerheidstelling WAHV
De betrokkene stelde hoger beroep in tegen een beslissing van de kantonrechter inzake een administratieve sanctie opgelegd op grond van de WAHV. De kantonrechter verklaarde het beroep niet-ontvankelijk omdat de betrokkene niet binnen de wettelijke termijn zekerheid had gesteld voor betaling van de sanctie en administratiekosten.
Het hof constateerde dat de beslissing van de kantonrechter niet op het laatst opgegeven adres van de betrokkene was verzonden, waardoor de beroepstermijn niet was aangevangen. De toezending van een betalingsoverzicht na het beroep bij de kantonrechter kon niet worden gelijkgesteld met de verzending van de beslissing zelf en startte de beroepstermijn niet.
De betrokkene had niet binnen de gestelde termijn zekerheid gesteld en bracht dit pas in hoger beroep naar voren met een brief die buiten de termijn was gedateerd. Het hof oordeelde dat dit niet in strijd is met de goede procesorde en dat de kantonrechter het beroep terecht niet-ontvankelijk had verklaard.
Hoewel de betrokkene later alsnog zekerheid stelde, kon het hof niet meer inhoudelijk op de bezwaren tegen de sanctie ingaan. Het arrest bevestigt de beslissing van de kantonrechter en benadrukt het belang van tijdige zekerheidstelling en correcte adressering voor de ontvankelijkheid van het beroep.
Uitkomst: Het hoger beroep is niet-ontvankelijk verklaard wegens het niet tijdig stellen van zekerheid en de beslissing van de kantonrechter wordt bevestigd.