Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
[A] B.V.,
handelend onder de naam
[B] Schoonmaakbedrijf,
gevestigd te Utrecht,
verder ook te noemen: ‘[B]’,
appellante,
advocaat: mr. P.A.M. Staal,
1.[verweerder 1],wonende te [woonplaats],verder te noemen: [verweerder 1],
[verweerder 2],
wonende te [woonplaats],
verder te noemen: [verweerder 2],
3.
[verweerder 3],
allen wonende te [woonplaats],
verder te noemen: ‘[verweerder 3]’,
verder ook - gezamenlijk - te noemen: ‘[verweerders]’,
geïntimeerden,
advocaat: mr. J. van Hoeckel.
1.Het verdere verloop van het geding in hoger beroep
2.De vaststaande feiten
5 september 2012, gepubliceerd in de Staatscourant op 28 september 2012 (nummer 14830), algemeen verbindend verklaard.
een bedrag ter grootte van de gekapitaliseerde boven CAO rechten berekend over 1 jaar indien de werknemer korter dan 2 jaar de boven CAO rechten geniet;-
een bedrag ter grootte van 2,5 keer de gekapitaliseerde boven CAO rechten berekend over 1 jaar indien de werknemer 2 jaar of langer de boven CAO rechten geniet.
b. Het bedrijf dat een object verwerft moet een arbeidsovereenkomst aanbieden binnen vier weken na ontvangst van de informatie van de verliezende werkgever, maar niet later dan 10 werkdagen voor de ingangsdatum van het onderhavige contract. Indien het verwervende bedrijf nalatig is bij het nakomen van deze verplichting en het verliezende bedrijf als gevolg van deze nalatigheid schade lijdt, kan de schade door het verliezende bedrijf op het verwervende bedrijf worden verhaald.
3.De motivering van de beslissing in kort geding in hoger beroep
Subsidiair stelt [B] zich op het standpunt dat artikel 38 van Pro de CAO niet van toepassing is nu sprake was van een tijdelijke verhuizing, zoals blijkt uit uitspraken van de geschillencommissie RAS. [verweerders] hebben deze stellingen gemotiveerd bestreden.
tijdelijkgehuisvest in de dependance op de [adres 1]. Dit vindt bevestiging in de eigen stellingen van [B] waar zij spreekt over het “
tijdelijk” in gebruik nemen van het gebouw aan de [adres 1], totdat de nieuwbouw gereed was (memorie van grieven sub 27). Dit impliceert dus een terugkeer naar het gebouw aan [adres 3]. Het ging, zo begrijpt het hof, dus niet om een verhuizing maar om een tijdelijke verplaatsing van de school en daarmee van de werkzaamheden van [B]. [B] heeft niet gesteld dat na voltooiing van de renovatie het pand aan [adres 3] niet meer opnieuw in gebruik is genomen als school, alsmede heeft zij evenmin gesteld dat na die terugkeer aldaar geen schoonmaakwerkzaamheden hebben plaatsgevonden. Evenmin is gesteld dat de werkzaamheden op de tijdelijke locatie zijn voortgezet. Het hof is daarom voorlopig van oordeel dat niet aannemelijk is geworden dat het oorspronkelijke object is weggevallen uit de opdracht. Artikel 38 van Pro de CAO is daarmee vooralsnog van toepassing. [verweerders] hebben overigens ook aangevoerd dat de school gewoon weer is teruggegaan naar het pand aan [adres 3].
4.Slotsom
€ 632,-(1 punt x tarief I)