Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
verzoekster in hoger beroep,
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
De zaak betreft een hoger beroep inzake kinderalimentatie tussen de ouders van een minderjarig kind. De vrouw vordert een herziening van de alimentatieplicht van de man, mede vanwege het materieel einde van diens WSNP-situatie. De rechtbank had het verzoek van de vrouw afgewezen, waarna zij in hoger beroep ging.
Het hof onderzoekt of sprake is van een relevante wijziging van omstandigheden in de zin van artikel 1:401 lid 1 BW Pro. Centraal staat de vraag of de WSNP van de man nog materieel van toepassing is. Het hof volgt de jurisprudentie van de Hoge Raad en oordeelt dat de WSNP materieel is geëindigd per 16 december 2013, ondanks dat formeel de slotuitdelingslijst nog niet verbindend is geworden. Hierdoor moet de draagkracht van de man weer worden beoordeeld op basis van zijn inkomsten na die datum.
De vrouw had aangevoerd dat de man samenwoont met een verdienende partner, maar kon dit niet aannemelijk maken. Het hof neemt daarom alleen de bijstandsuitkering van de man en zijn partner in aanmerking. Op basis van de nieuwe alimentatienormen uit 2013 wordt een minimumbijdrage van €25 per maand vastgesteld. De ingangsdatum van de alimentatie wordt gesteld op 10 maart 2014, de datum van het verzoekschrift. De kosten van het hoger beroep worden gecompenseerd vanwege de relatie tussen partijen.
Uitkomst: De man moet vanaf 10 maart 2014 een minimale kinderalimentatie van €25 per maand betalen.