Uitspraak
1.Het geding in eerste aanleg
Het geding in het principaal en het incidenteel hoger beroep
a. de omvang van de verrekeningsverplichtingen tussen partijen vast te stellen op basis
3.De vaststaande feiten en de procedure in eerste aanleg
"
HUWELIJKSVOORWAARDEN
- voor recht te verklaren dat geen verrekening (meer) dient plaats te vinden uit hoofde
4.De motivering van de beslissing
De verdeling van de echtelijke woning
Voorts is van belang dat de schenkingen zijn voortgezet, ook toen al de helft van de lening was ingelost. Als de ouder(s) enkel en alleen de kwijtscheldingen ten gunste van de man hadden willen laten komen, had het voor de hand gelegen dat de schenkingen waren gestopt nadat het aandeel van de man was ingelost. Dat is echter niet gebeurd.
Ten slotte geldt dat de schenkingen zijn aan te merken als een afstand van een vorderingsrecht, en de vrouw gelet op de bovenvermelde omstandigheden heeft mogen begrijpen, en erop heeft mogen vertrouwen, dat deze kwijtscheldingen ook op haar aandeel in de vordering zagen.
Het inkomstenbegrip (grief III in het principaal appel)
De overeenkomst van partijen
* Het beroep op artikel 1:135 lid 3 BW Pro (grief I in het incidenteel appel)
* Het beroep op artikel 3:200 BW Pro
* Benadeling voor meer dan een vierde (grief III in het principaal appel)
5. De beslissing