ECLI:NL:GHARL:2015:4399
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- G.M. van der Meer
- W. Foppen
- G.K. Schipmölder
- Rechtspraak.nl
Bevestiging koude uitsluiting huwelijkse voorwaarden bij echtscheiding en afwikkeling vermogen
Partijen zijn in 1996 gehuwd onder huwelijkse voorwaarden met koude uitsluiting, waarbij iedere gemeenschap van goederen is uitgesloten en geen verrekenbeding is overeengekomen. Uit het huwelijk zijn twee kinderen geboren. De vrouw heeft werkzaamheden verricht binnen de onderneming van de man, een camping, maar partijen verschillen van mening over de omvang en betekenis daarvan.
De rechtbank had eerder geoordeeld dat de vrouw aanspraak heeft op de helft van het vermogen dat door de gezamenlijke onderneming is opgebouwd, en stelde tussentijds hoger beroep open tegen deze beslissing. De man stelde zich op het standpunt dat de afwikkeling conform de huwelijkse voorwaarden moet plaatsvinden, zonder aanspraak van de vrouw op het ondernemingsvermogen.
Het hof oordeelt dat de enkele omstandigheid dat de vrouw werkzaamheden heeft verricht, niet voldoende is om de koude uitsluiting buiten toepassing te laten. De omvang van haar werkzaamheden gaat niet verder dan een normale werkweek en er is geen causaal verband tussen haar inzet en de vermogenstoename. Ook is geen sprake van onderling overeenstemmend gedrag dat afwijkt van de huwelijkse voorwaarden.
Derhalve wordt de tussenbeschikking van de rechtbank vernietigd voor zover daarin anders is geoordeeld en wordt bepaald dat de afwikkeling van het vermogen dient te geschieden conform de huwelijkse voorwaarden. Het hof wijst het meer of anders verzochte af.
Uitkomst: Afwikkeling van het vermogen vindt plaats conform de huwelijkse voorwaarden met koude uitsluiting; aanspraak vrouw op helft ondernemingsvermogen wordt afgewezen.