ECLI:NL:GHARL:2015:448
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- G. Jonkman
- I.A. Vermeulen
- D.J. Buijs
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek vader tot eenhoofdig gezag na overlijden moeder met testamentaire voogdij
De moeder van de minderjarige overleed terwijl zij het enige gezag over haar kind uitoefende en in haar testament een pleegmoeder als voogd had benoemd. De vader verzocht om het eenhoofdig gezag over het kind te verkrijgen, maar de rechtbank wees dit af en stelde de testamentaire voogd aan als gezagsdrager.
In hoger beroep handhaafde het hof deze beslissing. Het hof overwoog dat de pleegmoeder tijdig de voogdij had aanvaard en dat het verzoek van de vader binnen de wettelijke termijn was ingediend. Het belang van het kind bij stabiliteit en rust in het pleeggezin, waar het kind veilig kon opgroeien en het rouwproces kon doorlopen, woog zwaarder dan het belang van de vader bij het verkrijgen van gezag.
De minderjarige toonde hevige weerstand tegen contact met de vader en wilde zelf bepalen wanneer contact zou plaatsvinden. Het hof stelde dat het verzoek van de vader slechts afgewezen kon worden indien gegronde vrees bestond dat de belangen van het kind zouden worden verwaarloosd bij toewijzing van het gezag. Deze vrees was aanwezig vanwege de situatie en het belang van het kind.
Het hof benadrukte het belang van contactherstel tussen vader en kind, maar vond dat dit begeleid en gefaciliteerd moest worden en niet alleen van het initiatief van het kind mocht afhangen. De beschikking van de rechtbank werd bekrachtigd.
Uitkomst: Het verzoek van de vader om het eenhoofdig gezag over zijn minderjarige kind te verkrijgen is afgewezen en de testamentaire voogd blijft belast met de voogdij.