Uitspraak
de vader,
de moeder,
1.Het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
3.Inleiding
4.De motivering van de beslissing
Gezag
Zorgregeling
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
In deze zaak staat de vraag centraal of het gezamenlijk gezag over drie minderjarige kinderen gehandhaafd kan blijven en of de vader recht heeft op een omgangsregeling met de kinderen. De rechtbank had het gezamenlijk gezag beëindigd en het eenhoofdig gezag aan de moeder toegekend, terwijl het verzoek van de vader tot contactregeling werd afgewezen. De vader ging hiertegen in hoger beroep.
Het hof overweegt dat gezamenlijk gezag alleen mogelijk is als ouders minimaal kunnen communiceren en samenwerken over de opvoeding en omgang. Door de jarenlange strijd, negatieve gevoelens en problematiek bij beide ouders, waaronder psychische stoornissen en een verleden van huiselijk geweld, acht het hof overleg niet haalbaar. Dit brengt een onaanvaardbaar risico met zich mee dat de kinderen klem of verloren raken tussen de ouders.
Daarnaast is vastgesteld dat omgang met de vader de geestelijke en lichamelijke ontwikkeling van de kinderen ernstig zou schaden. De moeder is kwetsbaar en heeft een belaste voorgeschiedenis, de kinderen zijn emotioneel belast door de ouderlijke conflicten en vertonen angst voor de vader. Het hof concludeert dat het belang van de kinderen zich verzet tegen een omgangsregeling.
Het hof bekrachtigt daarom de beschikking van de rechtbank en compenseert de kosten, waarbij elke partij haar eigen kosten draagt.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het eenhoofdig gezag voor de moeder en wijst het verzoek van de vader tot contactregeling af.