Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
1.Het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
3.De vaststaande feiten
19 december 2014.
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
De zaak betreft het hoger beroep van ouders tegen de beschikking van de rechtbank Noord-Nederland die hun 17-jarige dochter onder toezicht stelde van een gecertificeerde instelling voor de duur van een jaar. De ouders betwisten dat gedwongen hulpverlening noodzakelijk is, terwijl de Raad voor de Kinderbescherming en de gecertificeerde instelling dit wel noodzakelijk achten vanwege ernstige ontwikkelingsbedreiging.
De minderjarige kampt met persoonlijke problematiek zoals automutilatie, laag zelfbeeld, wisselende stemmingen, en heeft te maken met grensoverschrijdend gedrag van de vader. Daarnaast is er sprake van een gespannen gezinssituatie met veel conflicten, persoonlijke problemen bij meerdere gezinsleden, en problematisch alcoholgebruik van de vader. Hulpverlening in een vrijwillig kader blijkt onvoldoende effectief doordat de ouders niet openstaan voor noodzakelijke hulp gericht op het gezinssysteem.
Het hof weegt de ernst van de persoonlijke problemen van de minderjarige en de gezinsproblematiek en concludeert dat de ondertoezichtstelling noodzakelijk is om de bedreiging van haar ontwikkeling af te wenden. De ouders worden aangespoord samen te werken met hulpverleners. Het hoger beroep wordt afgewezen en de beschikking van de rechtbank wordt bekrachtigd.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de ondertoezichtstelling van de 17-jarige minderjarige en wijst het hoger beroep van de ouders af.