GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
zaaknummer gerechtshof 200.166.723/01
(zaaknummer rechtbank Noord-Nederland C/17/137162 / FA RK 14-1556)
beschikking van de familiekamer van 7 juli 2015
[verzoekster] ,
wonende te [A] ,
verzoekster in hoger beroep,
verder te noemen: de moeder,
advocaat: mr. J. Pieters, kantoorhoudende te Sneek,
de Raad voor de Kinderbescherming regio Noord Nederland,
kantoorhoudende te Leeuwarden,
verweerder in hoger beroep,
verder te noemen: de raad.
Als overige belanghebbenden zijn aangemerkt:
1. Stichting William Schrikker Jeugdbescherming en Jeugdreclassering (gecertificeerde instelling),kantoorhoudende te Amsterdam,
hierna te noemen: de GI;
2 [de pleegouders1] ,hierna te noemen: de pleegouders van [de minderjarige2] ;
3 [de pleegouders2] ,hierna ook te noemen: de pleegouders van [de minderjarige1] ;
4 [B] ,wonende te [C] ,
5 [D] ,verblijvende in de TBS-kliniek [E] te [F] ,hierna te noemen: de vader dan wel [D] ,advocaat mr. B. Van der Veen, kantoorhoudende te Drachten.
1.
Het geding in eerste aanleg
1.1Bij - uitvoerbaar bij voorraad verklaarde - beschikking van de rechtbank Noord-Nederland, locatie Leeuwarden, van 17 december 2014, uitgesproken onder voormeld zaaknummer, zijn de vader en de moeder ontheven van het gezag over de minderjarigen [de minderjarige1] , geboren in de gemeente [G] [in] 1999 (verder te noemen: [de minderjarige1] ) en [de minderjarige2] , geboren [in] 2013 in de gemeente [C] (verder te noemen: [de minderjarige2] ).
1.2Voorts is bij die beschikking Stichting Bureau Jeugdzorg Friesland (hierna ook: BJZ), thans genaamd Regiecentrum Bescherming en Veiligheid) benoemd tot voogd over [de minderjarige2] met advies de uitvoering van de voogdij over te dragen aan de GI en zijn tot voogd over [de minderjarige1] benoemd [H] en [B] voornoemd.
2 Het geding in hoger beroep
2.1Bij beroepschrift, ingekomen ter griffie van het hof op 17 maart 2015, is de moeder in hoger beroep gekomen van voormelde beschikking. De moeder verzoekt het hof die beschikking te vernietigen en, opnieuw rechtdoende, het verzoek van de raad tot ontheffing van de moeder van het gezag over [de minderjarige1] en [de minderjarige2] af te wijzen, kosten rechtens. Van de moeder is voorts ontvangen een brief van 17 maart 2015 met daarbij gevoegd een afschrift van de beschikking van 17 december 2014.
2.2Bij verweerschrift, ingekomen ter griffie van het hof op 4 mei 2015, heeft de raad het verzoek in hoger beroep van de moeder bestreden en kort gezegd geconcludeerd tot afwijzing ervan met bekrachtiging van de bestreden beschikking.
2.3Bij verweerschrift, ingekomen ter griffie van het hof op 8 mei 2015, heeft de GI het verzoek van de moeder in hoger beroep bestreden en geconcludeerd tot niet-ontvankelijk verklaring dan wel afwijzing ervan met bekrachtiging van de bestreden beschikking.
2.4De minderjarige [de minderjarige1] is door het hof in de gelegenheid gesteld zijn mening over de zaak kenbaar te maken. Hij heeft schriftelijk van de gelegenheid gebruik gemaakt. Ter zitting heeft het hof de mening van [de minderjarige1] kort en zakelijk weergegeven aan partijen.
2.5De zaak is behandeld ter zitting van het hof gehouden te Leeuwarden op 19 juni 2015. Verschenen zijn de moeder en haar advocaat, dhr. [I] namens de raad, mw. [J] namens de GI, dhr. [B] en voorts was de begeleidster van de moeder, mw. [K] , als toehoorster aanwezig.