Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
1.Het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
3.De vaststaande feiten
“voor akkoord”terug te sturen. Deze brief is door [appellant] en zijn echtgenote voor akkoord ondertekend en geretourneerd. Bij akte van borgtocht (productie 2 bij inleidende dagvaarding), waarvan het tweede blad is voorzien van pagina-aanduiding 2/3, heeft [appellant] op 16 oktober 2009 deze borgtocht verstrekt. Een pagina 3/3 met de koptekst:
“Toestemming van de gehuwde/geregistreerde partner(s) (art. 80b samen met) artikel 88 Boek Pro 1 B.W.”heeft de echtgenote van [appellant] op 16 oktober 2009 ondertekend en is eveneens aan Rabobank geretourneerd. De drie pagina’s waren met een notarisring aan elkaar verbonden.
4.De motivering van de beslissing in hoger beroep
“Toestemming van de gehuwde/geregistreerde partner(s) (art. 80b samen met) artikel 88 Boek Pro 1 B.W.”, welke verklaring aan Rabobank is geretourneerd. Het hof deelt (en neemt over) de overwegingen 4.5 en 4.7 van de rechtbank, waar nog bijkomt dat [appellant] niet heeft betwist dat de eerste twee pagina’s van de borgstelling en pagina 3/3 met daarop de handtekening van de echtgenote met een notarisring aan elkaar waren verbonden. Bovendien staat vast dat de echtgenote van [appellant] eveneens de brief van Rabobank van 12 oktober 2009 met de mededeling dat [appellant] zich borg had gesteld voor de schulden van [B] voor € 100.000 voor akkoord heeft ondertekend (productie 10 bij memorie van antwoord), welke verklaring eveneens aan Rabobank is geretourneerd. Hoewel dit mogelijk was, heeft [appellant] bij de pleidooien niet op deze laatste productie gereageerd. Op basis van deze beide documenten in onderling verband en samenhang bezien, mocht Rabobank er in redelijkheid op vertrouwen dat de echtgenote van [appellant] daarin toestemming gaf voor deze borgtocht. Van een zorgplicht van Rabobank jegens de echtgenote in verband met het toestemmingsvereiste waardoor Rabobank geen beroep op artikel 3:35 BW Pro zou toekomen, zoals door [appellant] bepleit, is geen sprake (HR 12 april 2013, ECLI:NL:HR:2013:BY8651). Het beroep op vernietiging van de borgstelling houdt dan ook geen stand.
5.Slotsom
€ 7.896(3 punten x appeltarief V)