Uitspraak
1.Het geding in eerste aanleg
Het geding in het principaal en het incidenteel hoger beroep
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Partijen zijn in 1999 gehuwd en hebben twee minderjarige kinderen. Na omzetting van het huwelijk in een geregistreerd partnerschap en de beëindiging daarvan, sloten zij een convenant waarin de man een maandelijkse bijdrage van €300 betaalde voor de verzorging en opvoeding van de kinderen, met jaarlijkse indexering.
De vrouw vorderde nakoming van deze alimentatie, terwijl de man wijziging van de bijdrage verzocht. De rechtbank wees een deel van de vorderingen toe en wees andere verzoeken af. Beide partijen gingen in hoger beroep met uiteenlopende vorderingen.
Tijdens de procedure bereikten partijen een akkoord waarin de man €100 per kind per maand betaalt, kleding ter waarde van €100 per kind per seizoen aanschaft en de kosten voor het rijbewijs van één dochter betaalt. Het hof nam dit akkoord over, verklaarde de beschikking uitvoerbaar bij voorraad en wees de hoger beroepsverzoeken af.
Uitkomst: Het hof wijst de hoger beroepsverzoeken af en bevestigt de overeenkomst waarbij de man €100 per kind per maand betaalt plus aanvullende kosten.