Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
verzoekster in hoger beroep, verder te noemen: verzoekster,
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
In deze zaak heeft dochter [A] bij de kantonrechter verzocht om de goederen van de rechthebbende onder bewind te stellen en zichzelf als bewindvoerder te benoemen. De kantonrechter heeft dit verzoek toegewezen. Verzoekster, een stiefdochter van de rechthebbende, is in hoger beroep gekomen en verzocht om vernietiging van deze beschikking en benoeming van een onafhankelijke bewindvoerder.
Het hof heeft onderzocht of verzoekster ontvankelijk is in haar hoger beroep. Volgens artikel 358 lid 2 Rv Pro hebben alleen de oorspronkelijke verzoeker en belanghebbenden in eerste aanleg het recht op hoger beroep. Het begrip belanghebbende is in artikel 798 Rv Pro omschreven en omvat onder meer echtgenoten, kinderen en ouders van de betrokkene. Verzoekster valt hier niet onder omdat zij geen kind is van de rechthebbende.
Het hof heeft de stellingen van verzoekster onderzocht, waaronder haar rol in de administratie en haar bezoeken aan de rechthebbende, alsmede haar bewering van een vordering uit de nalatenschap. Geen van deze omstandigheden was voldoende om haar als belanghebbende aan te merken. Daarom is verzoekster niet-ontvankelijk verklaard in haar hoger beroep en is niet inhoudelijk op het verzoek ingegaan.
Uitkomst: Verzoekster is niet-ontvankelijk verklaard in haar hoger beroep wegens gebrek aan belang.