Uitspraak
WWS,
ECS,
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
In deze civiele zaak stond de levering van een ventilatiesysteem centraal waarbij ECS Markelo B.V. gegalvaniseerd staal leverde in plaats van het overeengekomen roestvrij staal. WWS vorderde aanvankelijk herstel, later gedeeltelijke ontbinding en schadevergoeding wegens deze tekortkoming.
Het hof verwierp het verweer van ECS dat een nadere overeenkomst bestond en dat WWS niet tijdig had geklaagd. Tijdens de comparitie werd duidelijk dat ECS het gegalvaniseerde staal toepaste vanwege wijzigingen in het ventilatiesysteem en dat dit materiaal in dikte en duurzaamheid vergelijkbaar was met het overeengekomen roestvrij staal. ECS onderbouwde dit met open begrotingen waaruit bleek dat zij zelfs duurder uit was geweest.
WWS kon onvoldoende aantonen dat zij schade had geleden of zal lijden. Er waren geen klachten of aansprakelijkstellingen van de eindafnemer in Maleisië, en de garantietermijn was verlopen. Het hof oordeelde dat de tekortkoming van geringe betekenis was en dat partiële ontbinding niet gerechtvaardigd was. Ook het beroep op onrechtmatige daad faalde wegens gebrek aan onderbouwing.
Het hof bekrachtigde het eerdere vonnis en veroordeelde WWS in de kosten van het hoger beroep.
Uitkomst: De vorderingen van WWS tot partiële ontbinding en schadevergoeding worden afgewezen en het vonnis van de rechtbank wordt bekrachtigd.