Uitspraak
de vrouw,
de man,
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
In deze zaak stond de vaststelling van kinderalimentatie centraal na de ontbinding van het huwelijk en de verkoop van de echtelijke woning. De man en vrouw zijn gezamenlijk gezagdragers over twee minderjarige kinderen geboren in 2003 en 2007. De rechtbank had de bijdrage van de man vastgesteld op €127,50 per kind per maand vanaf de verkoopdatum van de woning, maar de vrouw en man waren het oneens over de hoogte van deze bijdrage.
De vrouw stelde een hogere bijdrage van €340,30 per kind per maand voor, terwijl de man een lagere bijdrage van €35,- per kind per maand vorderde. Het hof heeft uitgebreid de behoefte van de kinderen en de draagkracht van de man onderzocht, waarbij rekening werd gehouden met het netto besteedbaar gezinsinkomen ten tijde van de samenleving, het kindgebonden budget en de nieuwe rekenmethodiek voor draagkracht.
De draagkracht van de man werd berekend op basis van het gemiddelde resultaat van zijn onderneming over drie jaar, inclusief een huwelijkse schuld die zijn draagkrachtloos inkomen verhoogde. Het hof concludeerde dat de man vanaf 31 juli 2014 tot 1 januari 2015 een bijdrage van €153,- per kind per maand kon betalen en vanaf 1 januari 2015 €148,- per kind per maand. De beschikking van de rechtbank werd vernietigd en vervangen door deze nieuwe vaststelling, waarbij de proceskosten door partijen zelf gedragen worden.
Uitkomst: De man moet vanaf 31 juli 2014 tot 1 januari 2015 €153,- per kind per maand betalen en vanaf 1 januari 2015 €148,- per kind per maand als kinderalimentatie.