Uitspraak
[gedaagde],
[geïntimeerde],
1.Het geding in eerste instantie
2.Het geding in hoger beroep
3.De beoordeling
dinsdag 8 september 2015voor een akte aan de zijde van [gedaagde] als bedoeld in rechtsoverweging 3.3;
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
In deze civiele zaak staat de rechtsgeldigheid van de betekening van de appeldagvaarding centraal. In eerste aanleg werd een vonnis gewezen in een kort geding tussen appellant en geïntimeerde. Appellant stelde hoger beroep in tegen dit vonnis en vroeg om gedeeltelijke vernietiging en toewijzing van zijn vorderingen.
Bij de betekening van de appeldagvaarding in hoger beroep werd de dagvaarding niet persoonlijk aan geïntimeerde overhandigd, maar in een gesloten envelop achtergelaten op een adres waar zij werkzaam zou zijn. Dit riep twijfel op over de geldigheid van de betekening, temeer daar geïntimeerde in eerste aanleg wel persoonlijk was betekend en verschenen.
Het hof constateerde dat niet is komen vast te staan dat geïntimeerde een bekende woonplaats heeft op het adres waar betekening plaatsvond. Daarom kan niet met zekerheid worden vastgesteld dat de appeldagvaarding rechtsgeldig is uitgebracht. Het hof geeft appellant de mogelijkheid zich hierover schriftelijk uit te laten en staat hem vrij de betekening alsnog op een andere wijze te doen plaatsvinden.
De zaak wordt aangehouden voor verdere beslissing nadat appellant hierop heeft gereageerd.
Uitkomst: Het hof houdt de zaak aan en geeft appellant de mogelijkheid zich schriftelijk uit te laten over de rechtsgeldigheid van de betekening.