Belanghebbende, exploitant van een Chinees-Indisch restaurant, werd geconfronteerd met een informatiebeschikking van de Inspecteur op grond van artikel 52a AWR vanwege tekortkomingen in zijn administratie over de jaren 2007 tot en met 2011. De Inspecteur constateerde onder meer het ontbreken van voorraadlijsten, urenadministratie, correcte kasadministratie en het niet bewaren van essentiële digitale en papieren gegevens zoals bestelbonnen en logboeken.
Na een boekenonderzoek en bezwaarprocedure werd het beroep van belanghebbende bij de rechtbank ongegrond verklaard. In hoger beroep bevestigde het hof deze uitspraak. Het hof oordeelde dat de gebreken in de administratie ernstig waren en dat daardoor de omkering en verzwaring van de bewijslast gerechtvaardigd was. Belanghebbende kon niet aantonen dat de werkelijke omzet substantieel afweek van de aangegeven omzet of dat de tekortkomingen van weinig gewicht waren.
Het hof wees ook op het ontbreken van een sluitende uren- en kasadministratie, essentieel voor loonheffing, en concludeerde dat de informatiebeschikking terecht was genomen. Omdat de schending van de administratieplicht niet ongedaan kan worden gemaakt, stelde het hof geen nieuwe termijn vast. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.