Partijen zijn gezamenlijk belast met het ouderlijk gezag over hun kind, dat zijn hoofdverblijfplaats bij de moeder in Nederland heeft. De moeder verzocht om vervangende toestemming om met het kind naar Denemarken te verhuizen, een verzoek dat door de rechtbank werd toegewezen. De vader ging in hoger beroep en betoogde dat de verhuizing het contact met hem ernstig zou belemmeren, mede door de moeizame communicatie tussen partijen en financiële beperkingen.
Het hof overwoog dat het belang van het kind voorop staat en dat het kind recht heeft op een gelijkwaardige verzorging en opvoeding door beide ouders. De huidige omgangsregeling voorziet in frequent contact tussen vader en kind, wat essentieel is voor de ontwikkeling van het jonge kind. De communicatie tussen ouders verloopt echter moeizaam en zij zijn niet in staat zonder professionele hulp afspraken te maken over contact na verhuizing.
De moeder kon onvoldoende aannemelijk maken dat haar belang bij verhuizing zwaarder weegt dan het belang van het kind en de vader bij het voortzetten van intensief contact. Haar sociale netwerk in Denemarken is beperkt, en haar carrièreperspectieven zijn niet overtuigend beter. Het hof concludeerde dat het belang van het kind en de vader bij het behoud van contact zwaarder weegt en wees het verzoek tot vervangende toestemming af.