Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden behandelde het hoger beroep van een jongmeerderjarige tegen zijn ouders over de onderhoudsbijdrage. De rechtbank had de bijdrage op nihil gesteld vanwege de ernstig verstoorde relatie tussen partijen. Het hof oordeelde dat de onderhoudsplicht niet gematigd kon worden, ondanks het langdurige contactverbod en de problematische jeugd van de jongmeerderjarige.
De jongmeerderjarige heeft een uitgebreide hulpverleningsgeschiedenis met onder meer opname in een kinder- en jeugdpsychiatrisch centrum en een diagnose van ADHD en antisociale persoonlijkheidsstoornis. Sinds juni 2013 is het contact met de ouders verbroken. De ouders wilden daarom geen financiële bijdrage meer leveren. Het hof stelde echter dat de weigering tot contact op zichzelf geen reden is om de onderhoudsverplichting te matigen.
De behoefte van de jongmeerderjarige werd vastgesteld op €335 per maand voor de periode van 7 februari 2014 tot 1 januari 2015 en €318 per maand vanaf 1 januari 2015, rekening houdend met studiefinanciering en Wajonguitkering. De ouders hadden draagkracht om deze bijdrage te betalen. Het hof vernietigde de eerdere beschikking en legde de onderhoudsbijdrage vast, waarbij elke partij haar eigen kosten draagt.