Uitspraak
1.William Schrikker Stichting Jeugdbescherming & Jeugdreclassering,
1.Het geding in eerste aanleg
Het geding in hoger beroep
3.De vaststaande feiten
4.De standpunten
De motivering van de beslissing
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
De moeder is in hoger beroep gekomen tegen de beschikking van de rechtbank die haar ontheft van het gezag over haar minderjarige zoon. De minderjarige staat sinds 2010 onder toezicht en is sinds 2012 geplaatst bij pleegouders. De raad voor de kinderbescherming had verzocht om ontheffing van het gezag vanwege langdurige problematiek en onvoldoende verbetering in de thuissituatie.
Tijdens de procedure heeft het hof de feiten en omstandigheden onderzocht, waaronder de hulpverleningsgeschiedenis en de opvoedingssituatie. Ondanks de wens van de moeder om voor haar zoon te zorgen en haar openheid voor hulpverlening, is vastgesteld dat de samenwerking met hulpverlening moeizaam is en dat de moeder onvoldoende in staat is de opvoedproblemen op te lossen.
Het hof oordeelt dat het belang van het kind bij stabiliteit en continuïteit in de opvoedingssituatie prevaleert boven de wens van de moeder. De positieve ontwikkelingen bij de moeder zijn onvoldoende om haar ongeschiktheid weg te nemen. Daarom wordt de beschikking van de rechtbank bekrachtigd en blijft de moeder ontheven van het gezag.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de ontheffing van het gezag van de moeder over haar minderjarige zoon.