Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
1.Het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
“zet er maar een streep doorheen”.Het hof zal daarom geen acht slaan op deze akte.
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
In deze civiele zaak gaat het om een hoger beroep tegen de aanvulling van een vonnis van de rechtbank Oost-Nederland van 9 juli 2008, waarin de vernietiging van een rechtshandeling tot levering van een onroerende zaak te Arnhem werd gevorderd. De rechtbank had aanvankelijk geen beslissing genomen over de vordering jegens appellant, waarna een aanvullend vonnis werd uitgesproken op 2 januari 2013.
Appellant richtte zich met twee grieven tegen deze aanvulling, stellende dat de rechtbank buiten haar bevoegdheid was getreden en dat hij zich niet naar behoren had kunnen verdedigen. Het hof oordeelde dat de aanvulling binnen het toepassingsbereik van artikel 32 Rv Pro viel en dat appellant voldoende gelegenheid had gehad om verweer te voeren.
Het hof wees het verzoek van appellant om de zaak naar een ander gerechtshof te verwijzen af en verwierp zijn grieven. De aanvulling van het vonnis werd bekrachtigd en appellant werd veroordeeld in de kosten van het hoger beroep. Het arrest werd uitgesproken op 8 september 2015.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de aanvulling van het vonnis en veroordeelt appellant in de kosten van het hoger beroep.