ECLI:NL:GHARL:2015:683
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Raadkamer
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verlenging voorlopige hechtenis en verzoek schorsing door gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Op 3 februari 2015 behandelde het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden de vordering van de advocaat-generaal tot verlenging van de voorlopige hechtenis van verdachte, die sinds augustus 2013 vastzit. Het hof concludeerde dat de gronden voor verlenging, waaronder de 6-jaars recidivegrond en de onderzoeksgrond, niet langer aanwezig zijn. Dit mede omdat de voorlopige hechtenis geruime tijd geschorst was en er geen nieuwe strafbare feiten zijn gepleegd.
Daarnaast oordeelde het hof dat er onvoldoende aanleiding is om de gevangenhouding te baseren op het veroordelende vonnis van de rechtbank zoals bedoeld in artikel 75, eerste lid, laatste volzin, Wetboek van Strafvordering. Ook het verzoek van de raadsman tot schorsing van de voorlopige hechtenis werd afgewezen omdat onvoldoende is onderbouwd waarom de persoonlijke belangen van verdachte een schorsing rechtvaardigen.
Het hof besloot daarom de vordering tot verlenging van de gevangenhouding af te wijzen en het verzoek tot schorsing te verwerpen. De advocaat-generaal werd gelast de beschikking ten uitvoer te leggen en deze aan verdachte bekend te maken.
Uitkomst: De vordering tot verlenging van de voorlopige hechtenis en het verzoek tot schorsing worden afgewezen.