Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM - LEEUWARDEN
[Z](hierna: belanghebbende)
ambtenaar belast met de heffing van gemeentelijke belastingen van de Regionale Belastingsamenwerking(hierna: de heffingsambtenaar)
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Belanghebbende was in beroep gegaan tegen een uitspraak van de rechtbank Overijssel die de WOZ-waarde van zijn onroerende zaak had verminderd en het griffierecht had vergoed. In hoger beroep stond centraal of de gemachtigde van belanghebbende aanspraak kon maken op een proceskostenvergoeding op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht, waarbij het beroepsmatige karakter van de werkzaamheden van de gemachtigde werd betwist.
Het hof onderzocht de aard van de werkzaamheden van de gemachtigde, die sinds 2010 was ingeschreven bij een beroepsorganisatie en een niet-voltooide juridische studie had gevolgd. De gemachtigde had in de jaren 2014 en 2015 slechts in enkele zaken werkzaamheden verricht, mede door ziekte, en de betalingen werden via een BV van zijn vriendin ontvangen. Het hof oordeelde dat dit geen duurzame, op inkomsten gerichte taakuitoefening betrof.
Het hof verwees naar jurisprudentie van de Hoge Raad waarin is bepaald dat voor beroepsmatigheid voldoende is dat rechtsbijstand een vast onderdeel vormt van een duurzame, op inkomsten gerichte taakuitoefening. Gezien het geringe aantal zaken, de beperkte tijdsbesteding en de wijze van betaling, concludeerde het hof dat de gemachtigde niet beroepsmatig handelde.
Daarmee werd het hoger beroep ongegrond verklaard en werd geen proceskostenvergoeding toegekend. De uitspraak van de rechtbank werd bevestigd en partijen kregen de mogelijkheid om binnen zes weken beroep in cassatie in te stellen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de proceskostenvergoeding wordt niet toegekend.