Uitspraak
[appellant],
[geïntimeerde],
1.Het geding in eerste aanleg
2.Het geding n hoger beroep
2 december 2014, heeft mr. Kashyap verzocht de zaak op de rolzitting van 2 december 2014 te plaatsen voor doorhaling op wederzijds verzoek.
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
In deze civiele procedure bij het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden staat centraal of partijen overeenstemming hebben bereikt over het intrekken van het hoger beroep en de doorhaling van de zaak. De zaak betreft een geschil tussen voormalige echtgenoten over boedelscheiding, waarbij meerdere procedures aan de orde zijn geweest.
De appellant heeft op 7 oktober 2014 hoger beroep ingesteld. Vervolgens is op verzoek van de geïntimeerde een doorhaling van de zaak aangevraagd voor de rolzitting van 2 december 2014. De appellant heeft later telefonisch laten weten dat er geen eenstemmig verzoek was en verzocht het hof uitspraak te doen. De geïntimeerde betwist dit en stelt dat partijen gezamenlijk om doorhaling hebben verzocht.
Het hof constateert dat op 27 november 2014 beide partijen een verzoek tot doorhaling hebben ingediend, maar dat de appellant op 1 december 2014 daarop is teruggekomen. Het hof overweegt dat doorhaling in beginsel een administratieve handeling is zonder rechtsgevolgen, tenzij partijen anders overeenkomen. Er zijn aanwijzingen dat partijen beoogden het hoger beroep in te trekken in het kader van een bredere regeling van 5 november 2014. Het hof verwijst de zaak naar de rolzitting van 24 februari 2015 voor nadere informatie en een arrest over de vraag of appellant zijn recht heeft verloren de procedure voort te zetten.
Uitkomst: De zaak is verwezen naar de rolzitting voor nadere informatie en het hof zal een arrest wijzen over het recht van appellant om de procedure voort te zetten.