ECLI:NL:GHARL:2015:7452
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep inzake opheffing executoriale beslagen wegens vermeend misbruik van recht
In deze zaak gaat het om een geschil tussen een ex-echtgenote en de nieuwe echtgenote van de schuldenaar over executoriale derdenbeslagen onder verzekeraars. De ex-echtgenote heeft beslag gelegd wegens alimentatieachterstanden en afwikkeling van huwelijkse voorwaarden, terwijl de nieuwe echtgenote executoriale beslagen heeft gelegd op basis van een verstekvonnis tegen de schuldenaar.
De ex-echtgenote vordert opheffing van de beslagen van de nieuwe echtgenote omdat zij meent dat deze geen geldige vordering heeft en de beslagen misbruik van recht zijn. De voorzieningenrechter wees de vordering toe, oordelend dat sprake is van een gefingeerde vordering die de verhaalsmogelijkheden van de ex-echtgenote frustreert.
Het hof oordeelt dat artikel 438 lid 5 Rv Pro vereist dat zowel de executant als de geëxecuteerde worden gedagvaard bij verzet tegen executie door een derde, zodat de schuldenaar zich kan uitlaten over de rechtsgeldigheid van de executietitel. De ex-echtgenote heeft de schuldenaar nog niet als partij gedagvaard en krijgt daartoe gelegenheid. De verdere beoordeling wordt aangehouden totdat de schuldenaar zich heeft kunnen uitlaten.
Uitkomst: Het hof stelt eiseres in de gelegenheid om de schuldenaar als partij te roepen en houdt verdere beslissing aan.