Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
verzoekster in hoger beroep,
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
De zaak betreft een hoger beroep tegen de verlenging van een ondertoezichtstelling van een jong kind, geboren in 2011, waarbij de moeder het niet eens is met de verlenging en het ontbreken van een familiegroepsplan aanvoert. De ondertoezichtstelling was oorspronkelijk ingesteld vanwege ernstige bedreiging van de ontwikkeling van het kind en is sindsdien meerdere malen verlengd.
De moeder stelt dat de bedreigingen niet concreet zijn omschreven en dat passende hulpverlening in een vrijwillig kader voldoende zou zijn. Ook wijst zij op het ontbreken van een familiegroepsplan en het ontbreken van een advies van de Raad voor de Kinderbescherming bij het verlengingsverzoek. Het hof overweegt dat de ouders verstandelijk beperkt zijn en dat de ondertoezichtstelling noodzakelijk blijft om de juiste zorg te waarborgen en het contact met hulpverlening te behouden.
Het hof concludeert dat de gronden voor de ondertoezichtstelling nog steeds aanwezig zijn, mede gezien de ontwikkelingsachterstanden en kwetsbaarheden van het kind, de problematische samenwerking van de ouders met hulpverleners en de persoonlijke problematiek van de ouders. Het hof acht het belang van het kind zwaarder dan het ontbreken van een familiegroepsplan, dat niet kon worden opgesteld vanwege het ontbreken van medewerking van de moeder.
De mening van het kind is niet meegenomen vanwege zijn jonge leeftijd en beperkte rijpheid. Het hof bekrachtigt daarom de beschikking van de kinderrechter die de ondertoezichtstelling verlengt tot 14 april 2016.
Uitkomst: De verlenging van de ondertoezichtstelling van het kind tot 14 april 2016 is bekrachtigd door het hof.