Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
1.Het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
3.De vaststaande feiten
4 april 2014.
4.De motivering van de beslissing
Ten aanzien van het geschil
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
De zaak betreft het hoger beroep van een vader tegen de beslissing van de rechtbank Noord-Nederland die zijn verzoek tot omgangsregeling met zijn minderjarige kind heeft afgewezen. De moeder heeft het gezag over het kind en heeft het contact tussen vader en kind verbroken vanwege ernstige veiligheidszorgen.
De moeder is met het kind gevlucht naar een safe house en heeft meerdere aangiftes gedaan tegen de vader wegens mishandeling, verkrachting, stalking en bedreiging. De Raad voor de Kinderbescherming en een specialist huiselijk- en eergerelateerd geweld van de nationale politie hebben geadviseerd om omgang te ontzeggen vanwege de veiligheidsrisico's en de angst- en PTSS-klachten bij moeder en kind.
De rechtbank heeft het verzoek van de vader afgewezen en het hof bekrachtigt deze beslissing. Het hof oordeelt dat de belangen en veiligheid van het kind voorop staan en dat de angstklachten van de moeder en de minderjarige gegrond zijn. Het hof wijst het verzoek om een omgangsregeling, ook begeleid, af en benadrukt dat deze inbreuk op het familierecht gerechtvaardigd is vanwege de veiligheid en gezondheid van het kind.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de ontzegging van omgangsrecht van de vader met het minderjarige kind vanwege veiligheidsrisico's en PTSS-klachten.