ECLI:NL:GHARL:2015:783

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
5 februari 2015
Publicatiedatum
6 februari 2015
Zaaknummer
05-900887-11
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 65 SvArt. 66 SvArt. 67 SvArt. 67a SvArt. 71 Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging bevel tot gevangenhouding na ontvankelijkheid hoger beroep

Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden behandelde het hoger beroep van verdachte tegen een beschikking van de rechtbank Gelderland waarin een bevel tot gevangenhouding was gegeven. De advocaat-generaal stelde dat het hoger beroep niet-ontvankelijk moest worden verklaard omdat de machtiging tot het instellen van het hoger beroep niet door de advocaat zelf was ondertekend, maar door een griffiemedewerker met de aanduiding 'i/o'.

Tijdens de raadkamerzitting verklaarde de raadsman van verdachte dat de gemachtigde advocaat telefonisch contact had gehad met de griffie en een schriftelijke machtiging had gegeven aan een medewerker van zijn kantoor om het hoger beroep in te stellen. Het hof oordeelde dat deze procedure rechtsgeldig was en dat de niet-ondertekening door de advocaat zelf niet tot niet-ontvankelijkheid leidde.

Het hof bevestigde vervolgens het bevel tot gevangenhouding zoals gegeven door de rechtbank, omdat de gronden voor het bevel nog steeds aanwezig waren. De beslissing werd genomen met inachtneming van de relevante artikelen van het Wetboek van Strafvordering.

Uitkomst: Het gerechtshof verklaart het hoger beroep ontvankelijk en bevestigt het bevel tot gevangenhouding van verdachte.

Uitspraak

beschikking
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
locatie Arnhem
pkn: 05-900887-11
avnr: 000179-04
Het gerechtshof heeft te beslissen op het hoger beroep ingesteld door
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum],
verblijvende in het huis van bewaring te Arnhem.
Het hoger beroep is ingesteld tegen de beschikking van de rechtbank Gelderland, zittingsplaats Arnhem van 22 januari 2015, voor zover houdende het bevel tot gevangenhouding van verdachte.
Het hof heeft gehoord de advocaat-generaal en verdachte, bijgestaan door
mr. P.J. Silvis, advocaat te Schiedam, in raadkamer van heden.
Het hof heeft gezien bovengenoemde beschikking en de akte opgemaakt door de griffier bij die rechtbank van 26 januari 2015.

DE ONTVANKELIJKHEID VAN HET HOGER BEROEP:

De advocaat-generaal heeft aangevoerd dat verdachte niet-ontvankelijk in het hoger beroep dient te worden verklaard nu de machtiging aan de griffiemedewerker van de rechtbank Gelderland om de appelakte op te maken kennelijk niet is ondertekend door de raadsman. Bij de handtekening op de fax aan de griffiemedewerker waarin deze wordt gemachtigd tot het instellen van het hoger beroep staan immers de letters “i/o” geschreven.
Naar het oordeel van de advocaat-generaal blijkt daaruit dat deze machtiging niet door de gemachtigd advocaat is ondertekend en is niet voldaan aan de eis dat de volmacht aan de griffiemedewerker door de gevolmachtigde advocaat is gegeven.
Het hof overweegt als volgt:
Het instellen van het hoger beroep tegen een beschikking als hier aan de orde kan ingevolge de artikelen 449 en 450 Wetboek van Strafvordering geschieden onder andere door tussenkomst van een advocaat, indien deze verklaart daartoe door verdachte bepaaldelijk te zijn gevolmachtigd. Deze advocaat kan ingevolge het bepaalde in artikel 450, derde lid, van het Wetboek van Strafvordering door middel van een bijzondere schriftelijke volmacht een griffiemedewerker machtigen het hoger beroep in te stellen.
Blijkens de mededeling van de raadsman van verdachte tijdens de behandeling in raadkamer heeft mr. [advocaat], op 26 januari jl. als gemachtigd raadsvrouw van verdachte, telefonisch contact met de griffie opgenomen met het oog op het instellen van hoger beroep tegen de hiervoor bedoelde beschikking. Bij die gelegenheid is afgesproken dat het instellen van het hoger beroep - bij gebreke van een op dat moment op de griffie aanwezige advocaat die confraternele hulp kon verlenen - door middel van een schriftelijke machtiging aan de griffier zou plaatsvinden. Vervolgens is bij fax van diezelfde datum - dus tijdig - een machtiging gezonden aan de griffier om hoger beroep in te stellen tegen deze beschikking. Deze fax is volgens mededeling van de raadsman van verdachte tijdens de behandeling in raadkamer “i/o [advocaat] ”- het hof begrijpt: in opdracht van mr. [advocaat] - ondertekend door een medewerker van het kantoor van mr. [advocaat].
Het hof heeft geen reden aan de juistheid en betrouwbaarheid van de door de raadsman geschetste gang van zaken te twijfelen. Naar het oordeel van het hof kan er geen onzekerheid over bestaan dat een door de verdachte bepaaldelijk gevolmachtigde advocaat de bijzondere schriftelijke volmacht heeft verleend. Dat mr. [advocaat] de fax niet zelf heeft ondertekend doet daar niet aan af .
Verdachte is derhalve ontvankelijk in het hoger beroep.

DE BEOORDELING:

Het hof is na onderzoek gebleken dat de gronden waarop de rechtbank het bevel tot gevangenhouding van verdachte heeft gegeven ook thans nog bestaan, zodat de beschikking van de rechtbank, voor zover daarvan beroep is ingesteld, met overneming van de gronden dient te worden bevestigd.
Het hof heeft gelet op het bepaalde in de artikelen 65, 66, 67, 67a en 71 van het Wetboek van Strafvordering.

BESLISSING:

Het hof bevestigt de beschikking voor zover daartegen hoger beroep is ingesteld.
Aldus gegeven op 5 februari 2015 door mrs P. van Kesteren, voorzitter, A. van Waarden en A.W.M. Elders, raadsheren, in tegenwoordigheid van H. de Graaf, griffier, en ondertekend door de voorzitter en de griffier.