ECLI:NL:GHARL:2015:7843

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
16 oktober 2015
Publicatiedatum
16 oktober 2015
Zaaknummer
WAHV 200.162.299
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • De Witt
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 14 WAHVArt. 6 EVRMArt. 47 Handvest EU
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens appelverbod bij administratieve sanctie onder €70

De betrokkene stelde hoger beroep in tegen een beslissing van de kantonrechter die het beroep van betrokkene niet-ontvankelijk had verklaard wegens misbruik van procesrecht. De opgelegde sanctie bedroeg €23, wat onder de drempel van €70 ligt, waardoor volgens artikel 14 WAHV Pro hoger beroep in beginsel niet mogelijk is.

De gemachtigde van de betrokkene voerde aan dat het appelverbod doorbroken moest worden omdat de kantonrechter niet inhoudelijk op de zaak was ingegaan en de betrokkene daardoor onterecht de toegang tot de rechter was ontzegd, in strijd met artikel 6 EVRM Pro en artikel 47 Handvest Pro EU.

Het hof oordeelde dat doorbreking van het appelverbod alleen gerechtvaardigd is bij schending van fundamentele beginselen zoals hoor en wederhoor, bijvoorbeeld indien betrokkene niet correct was opgeroepen en daardoor geen verdediging kon voeren. Een mogelijk onjuiste beslissing van de kantonrechter is daarvoor onvoldoende.

Het enkele feit dat de kantonrechter niet aan een inhoudelijke beoordeling toe kwam, betekent niet dat het recht op toegang tot de rechter is geschonden. Daarom verklaart het hof het hoger beroep niet-ontvankelijk en wijst het verzoek tot kostenvergoeding af.

Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het appelverbod bij een sanctie onder €70.

Uitspraak

WAHV 200.162.299
16 oktober 2015
CJIB 172456530
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
locatie Leeuwarden
Arrest
op het hoger beroep tegen de beslissing
van de kantonrechter van de rechtbank Noord-Holland
van 14 november 2014
betreffende
[betrokkene] (hierna te noemen: betrokkene),
wonende te [woonplaats] ,
voor wie als gemachtigde optreedt mr. H.P. Olthof,
kantoorhoudende te Zoeterwoude.

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de door de Centrale Verwerking Openbaar Ministerie namens de officier van justitie genomen beslissing niet-ontvankelijk verklaard.
Het procesverloop
De betrokkene heeft tegen de beslissing van de kantonrechter hoger beroep ingesteld.
Bij het beroepschrift is verzocht om een behandeling ter zitting. Tevens is verzocht om vergoeding van kosten.
De advocaat-generaal is in de gelegenheid gesteld een verweerschrift in te dienen. Hiervan is geen gebruik gemaakt.
De zaak is behandeld ter zitting van 2 oktober 2015. De betrokkene is verschenen bij gemachtigde. Als gemachtigde van de advocaat-generaal is verschenen mr. H. de Ruijter.

Beoordeling

1. De kantonrechter heeft overwogen dat de handelwijze van (de gemachtigde van) de betrokkene moet worden gekwalificeerd als misbruik van procesrecht, hetgeen leidt tot niet-ontvankelijkverklaring van het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie.
2. Ingevolge het bepaalde in artikel 14 van Pro de WAHV kan tegen de beslissing van de kantonrechter hoger beroep bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden worden ingesteld, indien de opgelegde administratieve sanctie bij die beslissing meer bedraagt dan € 70,-. De aan de betrokkene opgelegde sanctie bedraagt € 23,-. Op grond hiervan dient het hoger beroep van de betrokkene in beginsel niet-ontvankelijk te worden verklaard.
3. De gemachtigde van de betrokkene heeft gesteld dat hij niettegenstaande het bepaalde in artikel 14 WAHV Pro dient te worden ontvangen in het hoger beroep aangezien ten onrechte geen inhoudelijke behandeling van het beroep heeft plaatsgevonden. De gemachtigde heeft voorts aangevoerd dat de kantonrechter hem ten onrechte niet in staat heeft gesteld zijn standpunt naar voren te brengen omtrent het beweerdelijk door hem gemaakte misbruik van procesrecht. Daarbij heeft de kantonrechter de betrokkene ten onrechte de toegang tot de rechter ontnomen, hetgeen in strijd is met artikel 6 van Pro het EVRM en artikel 47 van Pro het Handvest van de Grondrechten van de Europese Unie.
4. Het hof is van oordeel dat, wanneer een beroep wordt gedaan op schending van zo fundamentele beginselen van behoorlijke rechtspleging, zoals schending van het beginsel van hoor en wederhoor, dat geen sprake is van een eerlijke en onpartijdige behandeling en dit beroep gegrond moet worden geacht, doorbreking van het appelverbod van artikel 14, eerste lid, WAHV gewettigd is. Daarbij valt te denken aan bijvoorbeeld schending van het beginsel van hoor en wederhoor doordat de betrokkene niet (op de juiste wijze) is opgeroepen voor de zitting van de kantonrechter en daardoor geen gelegenheid heeft gehad zich ten overstaan van de rechter te verdedigen. Daaronder valt niet de omstandigheid dat de kantonrechter mogelijk een onjuiste beslissing heeft gegeven. De beoordeling van die beslissing kan immers slechts plaatsvinden, wanneer de wijze van totstandkomen ervan zodanig gebrekkig is, dat het appelverbod zou moeten worden doorbroken. Daarvan is in casu geen sprake.
5. Voorts overweegt het hof dat het enkele feit dat de kantonrechter niet is toegekomen aan een inhoudelijke beoordeling van de zaak, niet meebrengt dat het recht op toegang tot de rechter is geschonden.
6. Het voorgaande brengt het hof tot het oordeel dat er in een geval als het onderhavige geen hoger beroep mogelijk is, zodat het hof het hoger beroep niet-ontvankelijk zal verklaren.
7. Nu de betrokkene niet in het gelijk wordt gesteld, zal het hof het verzoek tot vergoeding van kosten afwijzen.

Beslissing

Het gerechtshof:
verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk.
wijst het verzoek tot vergoeding van kosten af.
Dit arrest is gewezen door mr. De Witt, in tegenwoordigheid van mr. Van der Meulen als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting.