Uitspraak
EBS,
Arriva,
1.Het geding in eerste aanleg
2.Het verdere verloop van de procedure in hoger beroep
Ten aanzien van de feiten
In 2012 zal EBS aanvangen met de verplichte nascholing voor buschauffeurs volgens de Europese richtlijnen van 35 uur in 5 jaar. De exacte invulling hiervan zal op een later tijdstip plaatsvinden".
4.De vordering en beoordeling in eerste aanleg
5.De beoordeling van het hoger beroep
wordt de periode waarin de eerste nascholing kan worden gevolgd verlengd tot zeven jaren."
dergelijkgebruik. Arriva heeft er - door EBS onvoldoende betwist - op gewezen dat andere vervoerders als Veolia en Connexxion ervoor gekozen hebben om de nascholing geclusterd in één jaar aan te bieden (CvA punt 14). Voorts heeft Arriva betwist dat zij in 2010-2011 uitsluitend in de concessie Waterland weinig nascholingscursussen heeft aangeboden. Zij heeft de status van het door EBS overgelegde "opleidingsplan bus" (productie 30 bij de memorie van grieven) gemotiveerd betwist en gesteld dat dit niet meer is dan het product van een net-afgestudeerde Arriva medewerker en niet het officieel in de onderneming vastgestelde opleidingsplan. Arriva heeft het volgens haar officiële opleidingsplan in het geding gebracht (MvA productie 3). EBS heeft ten pleidooie desgevraagd niet gesteld dat het door haar overgelegde "opleidingsplan bus" officieel aan de ondernemingsraad van Arriva ter goedkeuring is voorgelegd en heeft evenmin de stelling van Arriva gemotiveerd betwist dat in de jaren 2010-2011 Arriva in haar overige concessies een soortgelijk opleidingsbeleid heeft gevoerd als in de concessie Waterland.