Uitspraak
1. Regiecentrum Bescherming en Veiligheid,
2. de pleegouders van [de minderjarige1] en [de minderjarige2] ,
3. de pleegouders van [de minderjarige3] .
1.Het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
.
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
De moeder is in eerste aanleg ontheven van het eenhoofdig gezag over haar drie minderjarige kinderen, die sinds 2012 uit huis zijn geplaatst en onder toezicht staan van de gecertificeerde instelling. De kinderen verblijven in stabiele pleeggezinnen en hebben bovengemiddeld veel zorg en therapie nodig vanwege ernstige problemen door vroegere huiselijke geweldssituaties.
De moeder is in hoger beroep gekomen tegen deze beschikking en stelt dat de situatie veranderd is en zij in staat is de kinderen op te voeden. Het hof overweegt dat ondanks de gewijzigde relatie met de vader, de kinderen kwetsbaar zijn en een voorspelbaar en stabiel opvoedingsklimaat nodig hebben. Terugplaatsing zou een ernstig trauma betekenen en de moeder heeft onvoldoende kansen benut om aan te tonen dat zij de kinderen veilig kan opvoeden.
Het hof oordeelt dat de belangen van de kinderen voorop staan en dat de ontheffing van het gezag noodzakelijk is om continuïteit en stabiliteit te waarborgen. De bestreden beschikking wordt dan ook bekrachtigd.
Uitkomst: Het gerechtshof bekrachtigt de ontheffing van het gezag van de moeder over haar drie minderjarige kinderen.