Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM - LEEUWARDEN
[Z](hierna: belanghebbende)
heffingsambtenaarvan de
gemeente Groningen(hierna: de heffingsambtenaar)
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Belanghebbende betwistte de door de heffingsambtenaar vastgestelde WOZ-waarde van een in 2008 gebouwde rijwoning aan de [a-straat] 62 te [Z], per waardepeildatum 1 januari 2012. De heffingsambtenaar had de waarde vastgesteld op €248.000, welke belanghebbende te hoog achtte en stelde een waarde van maximaal €240.000 voor, onder meer vanwege de ligging nabij een jeugdinrichting die waardedrukkend zou zijn.
De rechtbank Noord-Nederland verklaarde het beroep ongegrond, waarna belanghebbende hoger beroep instelde bij het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. Tijdens de zitting op 6 oktober 2015 werden taxateurs en gemachtigden gehoord en werd het dossier uitgebreid bestudeerd, inclusief een taxatierapport en een matrix met referentieobjecten.
Het hof oordeelde dat de heffingsambtenaar voldoende bewijs had geleverd dat de waarde niet te hoog was vastgesteld. De referentieobjecten waren vergelijkbaar qua type, bouwjaar en ligging, en de waardedruk door de nabijheid van de jeugdinrichting was verdisconteerd in de verkoopprijzen. Ook de verschillen in afwerkingsniveau en woningtype waren adequaat meegenomen.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd op 27 oktober 2015 in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de WOZ-waarde van €248.000 per 1 januari 2012 wordt bevestigd.