Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
1.Het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
3.De motivering van de beslissing in hoger beroep
4.Slotsom
€ 350,--(twee punten x tarief € 175,--)
€ 291,--
€ 632,--(één punt x tarief I)
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
In deze civiele zaak stond centraal of appellant gehouden was tot betaling van huurtermijnen die door de kantonrechter waren toegewezen. Appellant voerde aan dat hij alle huurtermijnen contant had voldaan, maar raakte door onrechtmatig handelen van geïntimeerde in een verslechterde bewijspositie doordat belangrijke administratie was verwijderd.
Het hof overwoog dat appellant een bevrijdend verweer voerde met de bewijslast daarop rustend, maar vanwege de verslechterde bewijspositie en het ontbreken van gemotiveerd tegenbewijs van geïntimeerde, werd de bewijslast op grond van redelijkheid en billijkheid anders verdeeld. Het bewijsrisico bleef echter bij appellant.
Het hof concludeerde dat appellant de huurtermijnen had betaald, behoudens tegenbewijs dat geïntimeerde niet kon leveren doordat zijn advocaat zich had onttrokken en hij geen proceshandelingen kon verrichten. Daarom werden de vorderingen tot betaling van huurtermijnen en wettelijke rente afgewezen, terwijl de veroordeling tot betaling van buitengerechtelijke kosten in stand bleef.
Het vonnis van de kantonrechter werd vernietigd en het hof deed opnieuw recht met een veroordeling van appellant tot betaling van buitengerechtelijke kosten en veroordeelde geïntimeerde in de proceskosten van beide instanties.
Uitkomst: De vordering tot betaling van huurtermijnen en wettelijke rente wordt afgewezen; betaling van buitengerechtelijke kosten blijft staan.